7 maart 2007
Leo Herberghs - Psalm 23
Een bespreking door Inge Boulonois
Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek,
hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander
en Meander Magazine.
Vooraf
Naar aanleiding van de bespreking van Kouwenaars Zo helder is het werkelijk zelden schreef
Atze van Wieren: 'Mijn poëziehart bloeit op bij het lezen van zo'n gedicht. Meesterlijk!
Vol religieuze symboliek. Iemand die aanklopt en water vraagt... Bijbels tot en met. "Zie, ik sta
aan de deur en ik klop." en: "maar wanneer hebben wij u dorstig gezien?" Antwoord: "zo gij dit
(water geven) aan een van deze minsten hebt gedaan, hebt gij het aan mij gedaan." En de
Emmaüsgangers die Jezus, na diens opstanding, binnennoodden, met hem aan tafel zitten en eten en
drinken en niet door hebben dat het Jezus is. Pas als hij weg is.
Zou God (Jezus) in de persoon van een jager langskomen? Of is het de Dood met zijn weitas? Maar
zijn God en de Dood eigenlijk niet een en dezelfde persoon?'
Ook Ada d'Hamecourt en Ton Delemarre zien Christusverwijzingen, bijvoorbeeld naar de
bloedrode spotmantel met rietstok die Jezus droeg. En men eet wat tot zijn gedachtenis: 'Wanneer
wij eten van dit brood en drinken uit deze beker verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij
komt'. (Komt daar dat liggend streepje aan het slot vandaan? Wat heeft Kouwenaar met dat
afbreekstreepje, vraag je je af. Hij gebruikt het veel. Zijn gedichten lopen nog door in de stilte
na de laatste regel.)
Zij wijzen ook nog op de typische vorm. Steeds breekt de eerste regel onlogisch af en vervolgt in
de tweede:
men ziet / het riet (dat komt trouwens terug in de laatste strofe, het gedicht is rond).
Normaal zou je na de komma de tweede regel beginnen. Kouwenaar dwingt je op die manier even te
stoppen, even adem te halen, wat klopt met het stapsgewijs karakter van het gedicht.
Van Inge Boulonois kwam als spontane reactie: 'Zo op het eerste gezicht denk ik bij het
gedicht aan een ontmoeting met zijn diepere zelf. De jager is de christus of christuskracht in
hem, het hoger ik of de transcendente personaliteit. Iemand klopt aan, wekt zijn innerlijk; er
staat immers niet dat er een deur opengaat. De helderheid is een ogenblik van grote innerlijke
luciditeit. Het wit staat voor de zuiverheid, het reine, dat staat tegenover het zwart van zonde
en dood. De een na laatste strofe is ook zeer intrigerend. Er is mogelijk geen vlinder, de jager
wijst naar het riet en zegt : dit is een rouwmantel, daarmee verwijzend naar de dood - primair
door de zonde - die overwonnen is door Jezus Christus. Riet staat vaak aan water, heeft water
nodig, ook weer zo'n mooi symbool - denk aan 'levend water'. De jager is weg. Het glas staat er
nog - verwijzend naar de kelk en het beeld van de eucharistie doemt op: neem en eet.'
Naschrift: In de bespreking bleef de structuur van het gedicht wat onderbelicht. Zo
is de afwisseling in perspectief zo opvallend, dat deze niet onvermeld had mogen blijven:
elementen van de lokatie (het riviertje) in de eerste strofe, die van de jager in de tweede, die
van het riviertje weer in drie, dan weer de jager in vier; in de vijfde strofe komen ze samen en
in de laatste zijn ze weer uit elkaar. Ook het feit dat het gedicht in feite ingeklemd zit tussen
het 'men ziet' aan het eind van de eerste regel en aan het eind van de voorlaatste, is zeker
betekenisvol.
Overigens liet Remco Ekkers nogal droog het volgende weten: 'Mooi, die reacties en al die
symboliek. Het interessante is dat Kouwenaar eenvoudig een ontmoetinkje beschrijft. Zo heeft hij
het me verteld. Het is alles letterlijk een anekdote. Ook de vlinder. Die vloog daar, en het was
de rouwmantel! Het talent van Kouwenaar is dat hij al die symboliek cadeau krijgt.'
(J.L.)
De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 1966 abonnees.
Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden?
Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Het volgende nummer verschijnt op 4 april 2007 en dan bespreekt Lambert Wierenga
Dat komt gewoon doordat zijn vader eens van Harry Mulisch.
Psalm 23
de heren zijn onze herders
zij leiden ons over ligweiden
naar wateren van recreatie
en rust van grazige weiden
ze bouwen voor ons snelwegen
zodat we ons kunnen verplaatsen
en zorgen voor treinen en vliegvelden
maken geluiddicht onze woning
niets zal ons ooit nog ontbreken
woningwetwoningen en sportparken
muren tegen onze vijanden
ze doorschouwen onze harten
wat goed is voor ons leven
weten ze, met zalvende woorden
noden ze ons aan hun tafels
steeds gaan zij ons voor, onze herders
leggen uit hoe we de weg vinden
in onze belastingformulieren
en waar we ons moeten vervoegen
voor een visakte of een huurwoning
waar het politiebureau is of het stadhuis
en hoe door het dal van doodse schaduwen
we het winkelcentrum kunnen bereiken
waar het ons aan niets zal ontbreken
waar zouden wij zijn als de herders
zelf zouden gaan dwalen, ten prooi
zouden vallen aan twijfels
niet meer treden in sporen van waarheid
niet met stok en staf ons voorgaan
en het kwaad niet meer zouden vrezen?
is dan tot in lengte van dagen
geen geluk meer om onze schreden
in het aangezicht van onze belagers?
Leo Herberghs (1924)
Uit: Nieuwe Psalmen , Parmentier 1995 nr. 4, Sun, Nijmegen
'De notulist van het veronachtzaamde', zo is deze in Heerlen geboren dichter wel genoemd. Hij
beheerst allerhande genres: van vrije episch-lyrische verzen tot vormvaste sonnetten. Zijn bundels
gaan dikwijls over de natuur.
Met aarden vingers (1955), een uitgave in de Windroosserie,
vormde het officiële debuut. Bij de Leidse uitgeverij Plantage verscheen in 1998 een keuze uit
zijn werk onder de titel
Portret van een landschap. Gedichten 1953-1997 waarin poëzie uit
negen bundels is verzameld. Komrij's tweedelige anthologie (2004) telt vier gedichten van Leo
Herberghs.
De bijbelse psalm 23 - enkele alinea's lager weergegeven - werd ooit getypeerd als 'de nachtegaal
onder de psalmen'. Het is de populairste van het psalter en heeft als centraal thema de
geborgenheid. Hoe vreemd aan ons individualistisch tijdperk de metafoor van de herder met de kudde
afhankelijke schapen ook lijkt, de tekst duikt regelmatig in contemporaine poëzie op en veelal
rijk gelardeerd met vragen, gevoelens van nostalgie en, dat kan niet missen, verzet. Zie als
voorbeeld
Al die mooie beloften van Rutger Kopland, eerder besproken in
Klassiekers
nr. 26.
Herberghs koos voor een parodiërende omwerking en vergelijkt de geborgenheid vanuit het geloof met
die van de burger in onze maatschappij; de heren leiders vervangen de herder, de burgers de
schapen. De drie strofen, een van vijftien regels en twee novetten, hebben geen vast metrum, geen
kapitalen en minimale interpunctie. Aan het woord zijn de burgers, bij monde van de dichter. In
de bijbelse psalm is de 'herder' de Goede Herder, Jezus de Christus die de gelovige 'schapen'
voedt, ze behoedt en thuis brengt. De eerste regel van Herberghs ironiseert al: 'de heren zijn
onze herders'. De eerste regel bij hem en van de psalmist klinkt fraai door alliteratie
en verdere verwantschap van
heren en herders resp.
heer en herder, een overeenkomst
van letters op basis van 'schrapschap', een indertijd door Battus geïntroduceerd
neologisme.
De heren l
eiden 'ons', rijmend, over ligw
eiden naar w
ateren van
recre
atie, ze zorgen dat we ons vliegensvlug kunnen verplaatsen en bouwen vliegvelden,
geluiddichte woningen, sportparken en muren tegen vijanden. Ze weten wat goed voor ons is,
'doorschouwen zelfs onze harten', literaire taal die hier ridicuul klinkt want gaat het hier wel
om het hart? Met zalvende woorden worden we aan hun tafels genood. Aan niets zal het ons
ontbreken, mede dankzij de bereikbaarheid van winkels, zo blijkt in de tweede strofe.
De herders gaan ons 'voor', d.w.z. ze gaan voorop én staan qua rangorde vooraan. Hoe we door
het
dal van
doodse schaduwen, met stafrijm, dus door de zware perioden van ons
leven heenkomen, ook dat leggen de leiders uit. De ironie druppelt door: ze regelen van alles tot
en met de visakte. En na een omineuze periode is daar, als panacee, het winkelcentrum, waar het
ons natuurlijk aan niets zal ontbreken…
In de laatste strofe wordt de vraag gesteld wat er zou gebeuren als de herders zelf zouden gaan
dwalen, ons niet met de aan de bijbelse psalm ontleende allitererende 'stok en staf' zouden
voorgaan en het kwaad niet meer zouden vrezen. De stok is een wapen tegen distels en wilde dieren
en samen met het machtsattribuut van de staf worden schapen langs de goede weg geleid. Het
gedicht eindigt eveneens vragenderwijs: 'is dan tot in lengte van dagen/geen geluk meer om onze
schreden/in het aangezicht van onze belagers?' M.a.w. is het geluk dan een voorgoed gepasseerd
station en kijken we onze vijanden pal in het gezicht?
Een psalm van David
De HEER is mijn herder,
het ontbreekt mij aan niets.
Hij laat mij rusten in groene weiden
en voert mij naar vredig water,
hij geeft mij nieuwe kracht
en leidt mij langs veilige paden
tot eer van zijn naam.
Al gaat mijn weg
door een donker dal,
ik vrees geen gevaar,
want u bent bij mij,
uw stok en uw staf,
zij geven mij moed.
U nodigt mij aan tafel
voor het oog van de vijand,
u zalft mijn hoofd met olie,
mijn beker vloeit over.
Geluk en genade volgen mij
alle dagen van mijn leven,
ik keer terug in het huis van de HEER
tot in lengte van dagen.
Nieuwe Bijbelvertaling; Katholieke Bijbelstichting, 's-Hertogenbosch 2005
'Een psalm van David', staat er boven, wat niet impliceert dat de harpspelende koning de auteur
is; veel hedendaagse theologen zien de davidische origine vooral als een relict uit vervlogen
tijden. In ieder geval is een gelovige aan het woord. Drie kwatrijnen en een novet telt het
ametrische lied. 'De HEER', in kapitalen, 'is mijn herder'. 'Mijn' staat er, bezittelijk
voornaamwoord 1e persoon enkelvoud, m.a.w. de relatie van herder tot kudde wordt overgedragen op
die tot de enkeling.
'Het ontbreekt mij aan niets', debiteert de tweede regel. Uiteraard wordt niet bedoeld dat de
gelovigen alles bezitten wat ook maar te krijgen is . Het belangrijkste is de Heer als herder en
dat is of moet voldoende zijn. De regels klinken enigszins jubelend. Ze neigen bovendien naar een
bezwering en, in modern psychologisch jargon, naar een
selffullfilling prophecy, iets dat
wel uit moet komen. Evenals bij Herberghs wordt het leven dynamisch voorgesteld maar de gelovige
is en route naar het Vaderhuis. De Heer 'voert', 'geeft', 'leidt' enzovoorts 'tot eer van zijn
naam'.
De eerste regel is tweevoetig amfibrachisch met heffingen op 'Heer' en 'herder' waardoor de
relatie tussen klankverwantschap en inhoud dik wordt aangezet. De ee van 'Heer' resoneert tot
in 'eer' in regel 7 door. In strofe twee geeft de Heer nieuwe kracht en l
eidt, met
klinkerrijm, langs v
eilige paden. In de eerste strofe staat 'de Heer' in de derde persoon,
maar halverwege de tweede strofe wordt dat de tweede persoon, juist nadat het - allitererende -
donkere
dal is opgedoemd; kennelijk komt juist in zulke situaties de Heer meer
nabij. De ikfiguur vreest geen gevaar 'want u bent bij mij'.
De monnik Benoît Standaert wijst in zijn recente boek
Leven met de psalmen (Lannoo,
Tielt 2006) op het bijzondere feit dat deze regel zich exact in het midden, in het 'hart' van
Psalm 23 bevindt. Op de middelste regel bij Herberghs staat trouwens ook het centrale idee van
zijn vers: 'steeds gaan zij ons voor, onze herders'.
Het lyrisch ik wordt hierna gast aan tafel wat reminiscenties oproept aan het Laatste Avondmaal.
In deze derde strofe overheerst de o-klank. Dit is een uitroep van verwondering, de vocaal met de
open mond, het teken van heelheid en dat past inhoudelijk mooi bij wat de gelovige overkomt. 'Het
hoofd zalven met olie' betekent: met eerbewijzen overladen, heiligen, met goddelijk leven
bezielen. Bij 'de beker die overvloeit' valt te denken aan het 'lessen' van de dorst maar ook
aan het stillen van verdriet met troost en liefde. Daarnaast aan heil en verlossing. Een gevulde
beker laat zich ook interpreteren als de bestemming van een mens, het hem of haar 'geschonken'
lot. '
Geluk' en '
genade' volgen de gelovige tot deze terug keert in het
huis van de
HEER. Het verbindend Germaans rijm suggereert dat geluk niet zonder
genade kan en dat echt thuis pas bij de Heer is.
De bijbelse psalm klinkt absoluut. De ikfiguur weet dat hij terug keert naar het Vaderhuis en
trekt door een geïdealiseerd landschap. De herder leidt en is bij hem waardoor niets ontbreekt.
Herberghs vertaalde de bijbelse psalm naar de verstedelijkte en regelzuchtige
consumptiemaatschappij en schetste een cabareteske, amper nog natuurlijke wereld waarin de
burgers als naïeve makke schapen de leiders volgen en het ze aan niets 'zal', in de toekomende
tijd, ontbreken. De herders gaan de burgers steeds voor. Maar waar naar toe?
Op het inlegvel van het tijdschrift
Liter prijkte onlangs een tekst van Bob Dylan die het
zo formuleerde:
'Can you tell me where we're heading? Lincoln country road, or Armageddon?'
Eerder verschenen:
1
M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
2
J.P. Rawie - Interieur
3
Jan Kal - Mont Ventoux
4
Jan Emmens - Voor de kade
5
M. Vasalis - Streng en aanbiddend
6
Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
7
Gerrit Achterberg - Dryade
8
Gerard Reve - Wiegelied
9
Paul van Ostaijen - Melopee
10
Hanny Michaelis - Het kind
11
J.C. Bloem - De nachtegalen
12
Gerrit Achterberg - Verzoendag
13
Hans Warren - Bekentenis
14
E. du Perron - Het kind dat wij waren
15
P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16
H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17
H. Roland Holst - De zachte krachten
18
W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19
J.H. Leopold - Staren door het raam
20
Han G. Hoekstra - De ceder
21
Paul Rodenko - Het beeld
22
Anna Blaman - De Spin
23
Martinus Nijhoff - Moeder
24
Martinus Nijhoff - Impasse
25
Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26
Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27
Ad Zuiderent - Tuinpad
28
Jan Hanlo - Oote
29
Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30
Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31
Jacques Hamelink - Grijsaard
32
Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33
Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34
Ed. Hoornik - Overgang
35
Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36
Jan Kuijper - Statica
37
Lucebert - vrede
38
Lucebert - gedicht
39
Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40
Anthonie Donker - Achterbalcon
41
Gerrit Kouwenaar - men moet
42
Anneke Brassinga - Roeping
43
Jan Arends - drie gedichten
44
Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45
Ria Borkent - Sieraad
46
Simon Vestdijk - Het kind
47
Jac. van Hattum - Visvangst
48
Simon Vestdijk - De overlevende
49
Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50
Leo Vroman - Een boot
51
W.F. Hermans - Bewaakte overweg
52
H. Marsman - 'Paradise regained'
53
Anna Enquist - Typologie van de drenkeling
54
Willem Jan Otten - Op zaal
55
Hester Knibbe - Vannacht
56
J. Slauerhoff - De ontdekker
57
J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid.
58
J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot,
59
J.H. Leopold - Regen
60
Jan G. Elburg - gelovig soms
61
J.C. Bloem - Insomnia
62
J.H. Leopold - Saadi
63
Anton Korteweg - Wij samen
64
Frederik van Eeden - De Waterlelie
65
Leo Vroman - Nacht
66
Hans Andreus - Laatste gedicht
67
Geerten Gossaert - Het brandende wrak
68
Gerrit Komrij - Een gedicht
69
Gerrit Achterberg - Fotografie
70
Patty Scholten - De olifant
71
Leo Vroman - Voor wie dit leest
72
Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten
73
Eva Gerlach - Lievelingsdieren
74
Gerrit Krol - Roodborstje
75
Ida Gerhardt - Christus als hovenier
76
Co Woudsma - Thuis
77
Herman Gorter - Zie je ik hou van je
78
Judith Herzberg - Een kinderspiegel
79
Harmen Wind - Remedie
80
Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer
81
M. Vasalis - De idioot in het bad
82
Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou
83
A. Roland Holst - De ploeger
84
Hein Walter - Hestia
85
Paul van Ostaijen - Het dorp
86
Herman de Coninck - Voor mekaar
87
Hans Andreus - Liggen in de zon
88
Paul Marijnis - Bij een boeket
89
Lloyd Haft - Naar Psalm 1
90
Chrétien Breukers - Een bericht
91
Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden
Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met
voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).