13 juni 2007
Leo Vroman - Jeldican en het woord
Een exercitie door Remco Ekkers
Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek,
hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander
en Meander Magazine.
Vooraf
Op de bespreking van Esther Jansma's 'Raam in de lucht' reageerde Rutger H. Cornets de Groot als
volgt:
Ik lees het gedicht toch heel anders dan Wierenga. Alle interpretaties zijn natuurlijk in orde,
dus het kan om een brief van een vriend gaan, maar ik voel meer voor de suggestie dat het om een
brief van de ikzegger aan zichzelf gaat: 'Vandaag kreeg ik je brief': vandaag herinnerde ik me
plotseling weer wie ik eens was. Daarvoor pleit de voorlaatste regel: 'mijzelf bewaren: meisje
met brief.' Maar ook het gelijklopen van gedachte en expressie in de eerste strofe, het uit elkaar
lopen ervan in de tweede strofe en het hervonden evenwicht in de derde. In die tweede strofe wordt
het leven buiten het raam beschreven, dat wat de volwassene van het kind dat ze was heeft
gescheiden. Wat ze van het kind behield ligt opgeslagen in die brief, en om die niet ook aan de
wereld daarbuiten prijs te geven wil ze hem niet openen. 'Deze dag': de dag dat ze de brief
schreef én de dag waarop ze hem ontving.
Geen Mulisch dus, deze Esther Jansma, voor wie de werkelijkheid daarbuiten niets betekent, en het
geschrevene (de brief) de enige werkelijkheid vertegenwoordigt, en die beide vandagen zou
samenbrengen in een 'Vandaag voorgoed'...
Ook Inge Boulonois boog zich nog eens over de tekst::
Mooi dat Lambert Wieringa een link legt van het gedicht 'Raam in de lucht' naar de tableaus van
Vermeer. Het gedicht roept inderdaad de intieme, stille en serene sfeer op die uit zijn
genrestukken spreekt. Ik zou mij goed kunnen voorstellen dat Esther Jansma zich door Vermeers
werk heeft laten inspireren, maar Het meisje met de parel ligt dan niet voor de hand. Een
vrouw met een brief vormt een motief in Vermeers oeuvre. Een dichte, nog ongelezen brief zien we
in De liefdesbrief en in Vrouw en dienstbode met brief. Bovendien schilderde
Vermeer vaak interieurs waar het licht door een links afgebeeld venster naar binnen valt dus ook
het raam heeft een plaats. (In de twee genoemde schilderijen is toevallig geen raam te zien.) De
zin 'hier in de kamer steeds meer schaduw' past het meest bij De liefdesbrief. Daarop zie
je op de achtergrond een schilderij van een hellend schip op zee wat een zinnebeeld vormt voor het
liefdesleven. Boven het schip pakken dreigende wolken zich samen en volgens kunsthistorici
betekent dit dat de brief slecht nieuws bevat.
De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 1995 abonnees.
Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden?
Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Het volgende nummer verschijnt op 13 juli 2007 en dan bespreekt Inge Boulonois
Vermeer van Marc Tritsmans.
Jeldican en het woord
Over de heide
kroop Jeldican,
de staart tussenbeide
stomp vooraan.
Op gloeioren hing er een
belletjespet;
tussen twee vingeren
't zwaluwnet.
Japon aan het lijfke
van ruitestof,
blauwkousen van 't wijfke
en rinkelslof.
'Rood van den appel
in puntcipres,
peers van de pappel
te palfrines,
waar kan ik het vegen:
het fluit onder God,
het vliegt mijne wegen
fladderzot.
Kiekt het te hangen
aan bontekoord?
Hoe kan ik het vangen,
dat lieve woord' -
Iets klappert in 't warkruid,
goudbrem knikt,
het juichtpikt en hardfluit;
Jeldican schrikt.
Nooit had hij zo rijke
tralieten gehoord -
hij zát van het kijken:
was dit het woord?
Bonsbuikje laait met
gebed om geluk...
'jaaat' giert het graainet -
kippetjetuk!
O, veren te kussen!
Het woord aan zijn hart
tuitte intussen
nog ééns zo hard.
'O, schoon, o mijn heide,
pappelkes hoort!
Nooit kan ik meer scheiden
Heer, van dit woord.
Tja, nu naar het wijfke
als weduwenwind,
laat stormen het lijfke,
klapperend lint!'
Vol praat in zijn eentje
vloog Jeldican.
Koppeltje-beentje
daar kwam hij aan.
'Wijfke mijn toren,
hier is het woord!'
Zij zonder te horen,
sprak onverstoord:
'Aai, vogeltje vetbult,
nuttige zaak,
al dat het net vult
is muntemaak.'
Daar ging zij en ruilde
't voor wittebrood,
maar Jeldican huilde
en sloeg haar dood.
Leo Vroman (1915)
Uit: Leo Vroman - Het andere heelal, gekozen door H.U. Jessurun
d'Oliveira, Querido, Amsterdam 2005
Jeldican is een dichter. Hij ziet er een beetje vreemd uit: kruising tussen een poes en een nar.
'Over de heide / kroop Jeldican, / de staart tussenbeide (achterpoten) / stomp vooraan. // Op
gloeioren hing er een / belletjespet;'
Zie je wel, een nar, en nog opgewonden ook.
'tussen twee vingeren / 't zwaluwnet.'
Hij gaat op jacht! '
Hij heeft zich vreemd en vrouwelijk uitgedost.
'Japon aan het lijfke / van ruitestof, / blauwkousen van 't wijfke / en rinkelslof.'
Jawel, een nar.
Wat is er met dat vrouwtje aan de hand? Een blauwkous?
Hij gaat roepen, hij gaat uit zijn bol!
'Rood van den appel / in puntcipres, / peers van de pappel / te palfrines,'
Paars van de peppel, de populier, zal hij bedoelen!
'waar kan ik het vegen: / het fluit onder God, / het vliegt mijne wegen / fladderzot.'
Waar? Op de heide waarschijnlijk. Waarmee? Met het zwaluwnet. Wat is het? Een vogeltje dat naar
hem toekomt. Het is óók in de war of heel erg blij, dat het naar hem toekomt.
'Kiekt het te hangen / aan bontekoord? /Hoe kan ik het vangen, / dat lieve woord' -
Vogeltje? Woord dus! Het lijkt wel een pimpelmeeswoord.
Hoor, zo gaat het verder...
'Iets klappert in 't warkruid, / goudbrem knikt, / het juichtpikt en hardfluit; / Jeldican schrikt.
Ja, dat kan ik me voorstellen: dat volgeltje zit in de brem, het pikt hard en fluit juichend,
behoorlijk in de war of miischien zelfs extatisch.
'Nooit had hij zo rijke / tralieten gehoord- / hij zát van het kijken: / was dit het woord?'
Het kan mooi fluiten en het is mooi. Als je het woord vindt, ben je verbaasd en zenuwachtig, het
hart bonst in je buik.
'Bonsbuikje laait met / gebed om geluk.../'jaat' giert het graainet- / kippetjetuk!
Hij vangt het.
'O, veren te kussen! / Het woord aan zijn hart / tuitte intussen / nog ééns zo hard.'
Nu breekt Jeldican los in gezang, helemaal lyrisch is hij.
'O, schoon, o mijn heide, / pappelkes hoort! Nooit kan ik meer scheiden / Heer, van dit woord.'
En wat doet een man als hij wat moois heeft gevangen?
'Tja, nu naar het wijfke / als weduwenwind, / laat stormen het lijfke, / klapperend lint!'
Let op die
w, Jeldican lijkt wel een hagedis of zo.
Vol praat in zijn eentje / vloog Jeldican. / Koppeltje-beentje / daar kwam hij aan.
Hals over kop, hij is echt in de bonen, die schat.
En dan hijgend: 'Wijfke mijn toren, / hier is het woord!'
Maar zij heeft geen gevoel voor poëzie, die blauwkous en materialiste:
'Zij zonder te horen, / sprak onverstoord: 'Aai, vogeltje vetbult, / nuttige zaak, / al dat het
net vult / is muntemaak.' // Daar ging zij en ruilde / 't voor wittebrood'
'Jeldican huilde / en sloeg haar dood.
Ja, terecht, zou je willen zeggen!
'Jeldican en het woord' verscheen oorspronkelijk in
Van Java tot Nagaoka
(1942-1945).
Het werd door twee Nederlandse componisten op muziek gezet, te weten door
Louis Toebosch
(voor vrouwenkoor a capella, opus 138, 1987) en
Joop Voorn.
Eerder verschenen:
1
M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
2
J.P. Rawie - Interieur
3
Jan Kal - Mont Ventoux
4
Jan Emmens - Voor de kade
5
M. Vasalis - Streng en aanbiddend
6
Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
7
Gerrit Achterberg - Dryade
8
Gerard Reve - Wiegelied
9
Paul van Ostaijen - Melopee
10
Hanny Michaelis - Het kind
11
J.C. Bloem - De nachtegalen
12
Gerrit Achterberg - Verzoendag
13
Hans Warren - Bekentenis
14
E. du Perron - Het kind dat wij waren
15
P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16
H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17
H. Roland Holst - De zachte krachten
18
W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19
J.H. Leopold - Staren door het raam
20
Han G. Hoekstra - De ceder
21
Paul Rodenko - Het beeld
22
Anna Blaman - De Spin
23
Martinus Nijhoff - Moeder
24
Martinus Nijhoff - Impasse
25
Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26
Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27
Ad Zuiderent - Tuinpad
28
Jan Hanlo - Oote
29
Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30
Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31
Jacques Hamelink - Grijsaard
32
Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33
Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34
Ed. Hoornik - Overgang
35
Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36
Jan Kuijper - Statica
37
Lucebert - vrede
38
Lucebert - gedicht
39
Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40
Anthonie Donker - Achterbalcon
41
Gerrit Kouwenaar - men moet
42
Anneke Brassinga - Roeping
43
Jan Arends - drie gedichten
44
Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45
Ria Borkent - Sieraad
46
Simon Vestdijk - Het kind
47
Jac. van Hattum - Visvangst
48
Simon Vestdijk - De overlevende
49
Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50
Leo Vroman - Een boot
51
W.F. Hermans - Bewaakte overweg
52
H. Marsman - 'Paradise regained'
53
Anna Enquist - Typologie van de drenkeling
54
Willem Jan Otten - Op zaal
55
Hester Knibbe - Vannacht
56
J. Slauerhoff - De ontdekker
57
J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid.
58
J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot,
59
J.H. Leopold - Regen
60
Jan G. Elburg - gelovig soms
61
J.C. Bloem - Insomnia
62
J.H. Leopold - Saadi
63
Anton Korteweg - Wij samen
64
Frederik van Eeden - De Waterlelie
65
Leo Vroman - Nacht
66
Hans Andreus - Laatste gedicht
67
Geerten Gossaert - Het brandende wrak
68
Gerrit Komrij - Een gedicht
69
Gerrit Achterberg - Fotografie
70
Patty Scholten - De olifant
71
Leo Vroman - Voor wie dit leest
72
Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten
73
Eva Gerlach - Lievelingsdieren
74
Gerrit Krol - Roodborstje
75
Ida Gerhardt - Christus als hovenier
76
Co Woudsma - Thuis
77
Herman Gorter - Zie je ik hou van je
78
Judith Herzberg - Een kinderspiegel
79
Harmen Wind - Remedie
80
Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer
81
M. Vasalis - De idioot in het bad
82
Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou
83
A. Roland Holst - De ploeger
84
Hein Walter - Hestia
85
Paul van Ostaijen - Het dorp
86
Herman de Coninck - Voor mekaar
87
Hans Andreus - Liggen in de zon
88
Paul Marijnis - Bij een boeket
89
Lloyd Haft - Naar Psalm 1
90
Chrétien Breukers - Een bericht
91
Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden
92
Leo Herberghs - Psalm 23
93
Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens
94
Esther Jansma - Raam in de lucht
Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met
voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).