11 juli 2007
Marc Tritsmans - Vermeer
Een bespreking door Inge Boulonois
Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek,
hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites Meander
en Meander Magazine.
Vooraf
Op de bespreking van 'Jeldican en het woord' van Leo Vroman kwam een reactie van Tony Laureys
uit Sint-Pieters-Leeuw. Hij schrijft:
Ik was aangenaam verrast een oud, vertrouwd gedicht in mijn mailbox te vinden, één van de
allereerste gedichten die ik jaren geleden als student in een Vlaams college heb neergepend in
mijn favoriete gedichtenschrift. Het staat er tussen Gezelle en Nijhoff.
Bij het lezen kwam de vraag naar boven waarom het mij destijds zo getroffen heeft. Het heeft zeker
te maken met de klank- en kleurenrijkdom, hoe Vroman door klank en ritme en taal het onvatbare
tracht uit te drukken en hoe machtig de verstomming, de verrukking, de overrompeling van Jeldican
bij de lezer overkomt. Waar het hart van vol is, loopt de mond van over… De leutige woordkunstenarij
doet denken aan Marten Toonders neologismen: tralieten kon van Toonder zijn, en minkukel van
Vroman.
Dan is er de dramatische antithese tussen 'being surprised by joy', de lyrische extase van het
vinden en het vatten - en het erop volgend abrupt verlies dat slechts enkele woorden nodig heeft.
Over dit dramatisch einde ben ik het persoonlijk met Vroman niet eens… Het is waar, het lukt zo
zelden om de ander deelgenoot te maken van je eigen diepste vreugde van het vinden en het
bezitten, maar het woord afpakken en inruilen, dat kan de ander niet. Als men het woord eenmaal
gevonden heeft, is er niemand die het nog van je af kan nemen. 'Nooit kan ik meer scheiden, Heer,
van dit Woord'.
De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2006 abonnees.
Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden?
Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
Het volgende nummer verschijnt op 15 augustus 2007 en dan bespreekt Yves Joris
Een minnend paar van Gust Gils.
Vermeer
Zoals dode fazanten en patrijzen
precies hun plaats kennen op een
glanzende schaal, versierd met
een handvol bedauwde druiven, zo
vanzelfsprekend mooi in kamers
met een raam op het noorden, in
ingehouden licht, als vogels in een
kooi met het deurtje open, niet bij
machte om te vluchten, wachtend
op iets dat vanuit dat raam misschien
ooit: deze vrouwen vaak het hoofd
gebogen, bezig met wat nauwelijks
bewegen nodig maakt. Een brief
die wordt gelezen, melk gegoten,
een parel gewogen, een leven geleefd.
Marc Tritsmans (1959)
Uit: Van aarde, Lannoo, Tielt 1999
De titel van dit gedicht slaat natuurlijk op de beroemde
Delftse schilder van
interieurstukken uit de Gouden Eeuw - en niet op de minder bekende
Haarlemse schilder
met exact dezelfde naam die in dezelfde tijd landschappen maakte. Bij de lectuur komen
meesterwerken boven als
Het melkmeisje, Lezend meisje bij het venster, Lezende vrouw in het
blauw, De liefdesbrief, Vrouw en dienstbode met brief en
Vrouw met weegschaal.
Deze Hollandse meester penseelde meestal intieme en 'burgerlijke' interieurstukken die hij uiterst
zorgvuldig en tot in de kleinste details componeerde. Hooguit enkele personen, gewoonlijk vrouwen,
werden door hem 'betrapt' bij hun dagelijkse bezigheden. Koel maar helder licht valt opvallend
vaak via een links afgebeeld venster naar binnen en voorziet de alledaagse omgeving van een
verstilde, serene haast metafysische glans. De kundigheid van de 'sfinx van Delft', zoals Vermeer
door latere kunstkenners wel is genoemd, deed Marcel Proust een van zijn personen kijkend naar
Vermeers in
À la recherche du temps perdu (deel 5, 1923) zeggen: 'Zo had ik moeten
schrijven', […] 'Mijn laatste boeken zijn te droog, er hadden meer laagjes kleur over elkaar
moeten komen zodat het ritme van mijn zinnen op zichzelf kostbaar wordt…'
'Vermeer' plukte ik uit de vierde bundel van Marc Tritsmans (Antwerpen, 1959), Vlaams dichter
die als milieu- en duurzaamheidsambtenaar werkt bij de gemeente Borsbeek. Hij woont in Boechout en
gaf een aantal jaren poëzielessen aan de Antwerpse Schrijversacademie. Hij staat nog niet op
de lijst van bekende Boechoutenaren van Wikipedia maar hoort daar zeker bij. Zeven gedichten
van hem prijken in Komrij's tweedelige anthologie. De bibliografie van Tritsmans vindt u bij
de
dbnl.
Het gedicht heeft de vorm van een homerische vergelijking. Homerus gebruikte deze stijlfiguur voor
het eerst vaak in zijn
Odyssee en
Ilias, vandaar de vernoeming. Zo'n metafoor volgt
gewoonlijk dit schema: 'zoals bijzin over datgene waarmee vergeleken wordt, zo hoofdzin over dat
wat vergeleken wordt'. Zoals en zo zijn de scharnierwoorden van de dubbelzin, zodat ook wel
gesproken wordt van een 'zoals-gedicht'. Zo'n homerische vergelijking wijst overeenkomsten en
verschillen aan, wat voor dichters een zeer geëigend middel is om te kunnen spreken over de
werkelijkheid, die nooit precies te beschrijven is.
De bijzin is hier relatief kort en evoceert een ietwat pronkerig jachtstilleven zoals in de
zeventiende eeuw populair was. (Vermeer heeft zich waarschijnlijk nooit aan dergelijke
populistische stillevens 'bezondigd'.) Tritsmans vergelijkt daar het werk van deze fijnschilder
mee. De hoofdzin begint aan het eind van regel 4, is lang en syntactisch complex en geeft een
zeer treffende schets van Vermeers oeuvre. Yvan de Maesschalck en Herman Hendrickx spreken in
hun thematische verkenning van de Nederlandse poëzie
Naakt en wit, een ademende steen
(Antwerpen-Apeldoorn: Garant, 2003) mooi van een galerij-effect: 'wie langs de hier uitgestalde
regels wandelt, wordt een panoramische blik geboden op Vermeers vermaardste konterfeitsels'.
Ingenieus is dat in de hoofdzin een tweede zoals-vergelijking huist, beginnend bij 'als vogels'
en eindigend met het scharnierwoord 'ooit'.
Vrouwen bevinden zich in de kamer als versierde dode vogels op een schaal. Met andere woorden:
mooi getooide levenloze wezens zijn het die hun 'plaats' - verwijzend naar zowel de ingenomen
fysieke ruimte als de maatschappelijke status - net zo goed 'kennen' (een personificatie) als
de geschilderde fazanten en patrijzen op een schaal. De vrouwen zijn als vogels gevangen in de
kooi van het tableau, door het spieraam ingekaderd en met gebogen hoofd geconcentreerd bezig met
een taak die 'nauwelijks bewegen nodig maakt'. Gekooid in het huiselijk leven, zo de contemporaine
lezer wil in de obligate stereotype en onderdanige vrouwenrol, niet in staat om te vluchten,
onverstoorbaar 'wachtend op iets dat vanuit dat raam misschien ooit', met een toepasselijke
ellips. 'Met het raam op het noorden', dicht Tritsmans want het ideale atelier heeft een raam op
het noorden waardoorheen het meest constante licht valt. 'Een parel gewogen' verwijst naar
Vermeers paneel
Vrouw met weegschaal dat voorheen
De paarlenweegster heette, tot
een kunsthistoricus met de loep ontdekte dat er geen parel op de weegschaal te vinden is.
Het vers heeft geen vast metrum. Hier en daar strooide Tritsmans met binnenrijm. Formeel vallen
de bondige zinsbouw en de willekeurige enjambementen op. Vooral in de hoofdzin van de vergelijking
ontbreken persoonsvormen waardoor afstand wordt geschapen. Ook het passieve werkwoord 'worden'
op het eind geeft een afstandelijk effect. De irrelevante enjambementen 'bespannen' de regels
haast als de draden van het schilderslinnen het spieraam. Het gedicht laat, evenals het tableau,
zowel de vergankelijkheid van het leven als de eeuwigheid van een ogenblik zien.
Bij Lannoo verscheen in 2005 van Tritsmans
From now on, een prachtige bibliofiele bundel
met door James Brockway in het Engels vertaalde gedichten. Op p. 46 staat Brockways intrigerende
vertaling.
Vermeer
As dead pheasants and partridges know
their exact place on a gleaming dish,
decorated with a handful of dewy grapes, so
naturally beautiful, in rooms with a window
looking on the North, in tempered light,
like birds in a cage with its door open,
yet unable to fly away, waiting for something
from that window, something that one day might…
are these women, often with head inclined,
busy with what hardly calls for movement:
a letter being perused, milk poured,
a pearl weighed. A life lived.
Frappant is dat de vertaler de vijftien regels in een dozijn heeft geprest. Van willekeurige
maar spanning genererende enjambementen zijn meer afgeronde zinnen gemaakt. Bovendien staat
'A life lived' als zin apart waardoor het nadrukkelijker terugwijst naar de dode vogels in de
eerste regel. Zo is het gedicht ronder en stiller maar dit gaat ten koste van de spanning in
de regels.
Onder de circa 35 overgeleverde Vermeers bevinden zich slechts twee stadsgezichten, beide rond
1660 gemaakt van de plaats waar hij geboren werd, leefde en stierf: 'Het straatje' en 'Gezicht
op Delft'. Geïnspireerd door deze beide panelen schreef Tritsmans een fraai gedicht dat ik u ook
niet wil onthouden. Het stond vorig jaar in de
Poëziekrant, nr. 4, augustus-september 2006.
Vermeer / Delft (1660)
Het was zijn grot, zijn hol, zijn burcht, zijn
wereld: deze ene kamer met daarin een vrouw
en dan een andere en nog één en allemaal
gevangen in het web van een spin in dit stilste
binnen dat geen buiten nodig heeft terwijl ze
lezen, wegen, drinken, zitten, schenken. Toch
wenkt er ijlte aan muren en op tafels: in landkaart
en wereldbol roepen de verten en overvalt hem
de drang om zijn plaats op aarde toch één maal
van op afstand gade te slaan. In een voor hem
roekeloze opwelling verlaat hij zijn huis en schildert
de stad waar hij geboren werd, leeft en zal sterven.
Eerder verschenen:
1
M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
2
J.P. Rawie - Interieur
3
Jan Kal - Mont Ventoux
4
Jan Emmens - Voor de kade
5
M. Vasalis - Streng en aanbiddend
6
Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
7
Gerrit Achterberg - Dryade
8
Gerard Reve - Wiegelied
9
Paul van Ostaijen - Melopee
10
Hanny Michaelis - Het kind
11
J.C. Bloem - De nachtegalen
12
Gerrit Achterberg - Verzoendag
13
Hans Warren - Bekentenis
14
E. du Perron - Het kind dat wij waren
15
P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16
H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17
H. Roland Holst - De zachte krachten
18
W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19
J.H. Leopold - Staren door het raam
20
Han G. Hoekstra - De ceder
21
Paul Rodenko - Het beeld
22
Anna Blaman - De Spin
23
Martinus Nijhoff - Moeder
24
Martinus Nijhoff - Impasse
25
Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26
Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27
Ad Zuiderent - Tuinpad
28
Jan Hanlo - Oote
29
Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30
Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31
Jacques Hamelink - Grijsaard
32
Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33
Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34
Ed. Hoornik - Overgang
35
Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36
Jan Kuijper - Statica
37
Lucebert - vrede
38
Lucebert - gedicht
39
Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40
Anthonie Donker - Achterbalcon
41
Gerrit Kouwenaar - men moet
42
Anneke Brassinga - Roeping
43
Jan Arends - drie gedichten
44
Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45
Ria Borkent - Sieraad
46
Simon Vestdijk - Het kind
47
Jac. van Hattum - Visvangst
48
Simon Vestdijk - De overlevende
49
Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50
Leo Vroman - Een boot
51
W.F. Hermans - Bewaakte overweg
52
H. Marsman - 'Paradise regained'
53
Anna Enquist - Typologie van de drenkeling
54
Willem Jan Otten - Op zaal
55
Hester Knibbe - Vannacht
56
J. Slauerhoff - De ontdekker
57
J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid.
58
J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot,
59
J.H. Leopold - Regen
60
Jan G. Elburg - gelovig soms
61
J.C. Bloem - Insomnia
62
J.H. Leopold - Saadi
63
Anton Korteweg - Wij samen
64
Frederik van Eeden - De Waterlelie
65
Leo Vroman - Nacht
66
Hans Andreus - Laatste gedicht
67
Geerten Gossaert - Het brandende wrak
68
Gerrit Komrij - Een gedicht
69
Gerrit Achterberg - Fotografie
70
Patty Scholten - De olifant
71
Leo Vroman - Voor wie dit leest
72
Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten
73
Eva Gerlach - Lievelingsdieren
74
Gerrit Krol - Roodborstje
75
Ida Gerhardt - Christus als hovenier
76
Co Woudsma - Thuis
77
Herman Gorter - Zie je ik hou van je
78
Judith Herzberg - Een kinderspiegel
79
Harmen Wind - Remedie
80
Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer
81
M. Vasalis - De idioot in het bad
82
Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou
83
A. Roland Holst - De ploeger
84
Hein Walter - Hestia
85
Paul van Ostaijen - Het dorp
86
Herman de Coninck - Voor mekaar
87
Hans Andreus - Liggen in de zon
88
Paul Marijnis - Bij een boeket
89
Lloyd Haft - Naar Psalm 1
90
Chrétien Breukers - Een bericht
91
Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden
92
Leo Herberghs - Psalm 23
93
Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens
94
Esther Jansma - Raam in de lucht
95
Leo Vroman - Jeldican en het woord
Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met
voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).