10 oktober 2007
J. Slauerhoff - Dit eiland
Een bespreking door Karin Doornik
Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek,
hier te raadplegen.
Zie voor al ons andere literaire aanbod de sites
Meander
en Meander Magazine.
Vooraf
Op de bespreking door Joris Lenstra van 'Ik sla een hoek om.' van Hans Faverey kwamen helaas geen
reacties binnen.
De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2043 abonnees.
Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden?
Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
De honderdste aflevering verschijnt op 14 november 2007. Rutger H. Cornets de Groot
bespreekt dan Panta rei of Herakleitos' slavin van Hans Kloos.
Dit eiland
Voor de zachtmoedigen, verdrukten,
Tot geregelde arbeid onwilligen,
Voor de met moedwil mislukten
En de grootsch onverschilligen,
De reine roekeloozen,
Door het kalm leven verworpen,
Die boven steden en dorpen
De woestenijen verkozen,
Die zonder een zegekrans
Streden verloren slagen
En 't liefst met hun fiere lans
De wankelste tronen schragen;
Voor allen, omgekomen
Door hun dédain voor profijt,
Slechts beheerscht door hun droomen
De spot der bezitters ten spijt,
Neem ik bezit van dit eiland,
Plant ik de zwarte vlag,
Neem iedere natie tot vijand,
Erken slechts 't azuur als gezag.
Wie nadert met goede bedoeling:
Handel, lust of bekeering,
Wordt geweerd aan 't rif door bezwering
Of in 't atol door onderspoeling.
Oovral op aarde heerscht orde,
Men late mijn eiland met rust;
't Blijft woest, zal niet anders worden
Zoolang ik kampeer op zijn kust.
J. Slauerhoff (1898-1936)
Uit: Verzamelde Gedichten, Nijgh & Van Ditmar,
's-Gravenhage - Rotterdam, 6e dr. 1961
Ik ontdekte dit van gedicht Slauerhoff in de middelbare schoolbloemlezing
De zee een lied. Een
bloemlezing uit zijn Verzamelde Gedichten (Grote Lijsters 1999/6). Achterin vermeldt
samensteller Everhard Huizing dat 'Dit eiland' een nagelaten gedicht is. Na enig speurwerk op
internet stuitte ik op een overzicht van Slauerhoffs werk door zijn biograaf Wim Hazeu waaruit
echter blijkt dat het gedicht uit de bundel
Een eerlijk zeemansgraf komt, gepubliceerd in
juni 1936, een maand voor Slauerhoffs dood.
Nog voor ik de inhoud van het gedicht ga bestuderen, dringt deze vraag zich aan mij op: is dit
een louter symbolisch eiland, of heeft Slauerhoff een werkelijk eiland in gedachten gehad en is
het gedicht er misschien wel ter plekke geschreven? Staat dit eiland voor alle eilanden die
Slauerhoff in zijn leven heeft bezocht, het gedroomde Eldorado waar hij rust zou kunnen vinden?
Van zijn laatste reis naar Zuid-Afrika in 1936 keerde hij ziek terug, hij zou spoedig daarna
sterven. Misschien was er voor de kust van Afrika een troostend eiland of heeft hij nog eenmaal
zijn Lente-eiland, Kau Lung Seu in China, voor ogen gehad. Als het een bestaande plek op aarde
is geweest, moet het wel voor exotische kusten hebben gelegen: hij spreekt van het
azuur
(r.20), een
rif en een
atol (r.23 en 24).
In ieder geval weten we dat Slauerhoffs liefde voor eilanden ongetwijfeld is ontstaan op Vlieland,
waar hij als kind zijn zomervakanties doorbracht. Toen hij erg kwakkelde met zijn gezondheid
bracht hij er ook periodes buiten de vakantietijd door, logeerde bij zijn oom en tante en bezocht
de openbare lagere school van meester Smit. (
Slauerhoff. Een biografie, Wim Hazeu,
Arbeiderspers, 1995, Amsterdam, blz. 38) Op Vlieland is Slauerhoffs eilandenfascinatie ontstaan,
door Boudewijn Büch 'insulafilie' genoemd, een kwaal waar men nooit meer van geneest. (idem,
blz. 36)
Vanaf zijn debuutbundel
Archipel tot zijn laatste,
Een eerlijk zeemansgraf, overal
komen de zee en eilanden terug in zijn werk. Zoals het jongetje Slauerhoff op Vlieland bevrijd
was uit het benauwde Leeuwarden, zo probeerde de volwassen dichter en schrijver zijn leven lang
aan Nederland te ontsnappen tijdens zijn vele reizen als scheepsarts. Qua thema is 'Dit eiland'
dan ook sterk verwant aan het veel bekendere gedicht 'In Nederland...' uit de bundel
Al
dwalend waarin Slauerhoff zich tegen de bourgeoisie keert.
Merkwaardig is dat we in 'Dit eiland' in eerste instantie niet het gedroomde Eldorado voor de
enkele, verdoolde ziel tegenkomen, nee, het blijkt bestemd voor álle 'zachtmoedigen, verdrukten,
tot geregelde arbeid onwilligen'. Voor de 'losers' uit de eerste strofe én voor de avontuurlijke
en strijdlustige mens met hun 'fiere lans' ( r.11) uit de tweede en derde strofe. Het zijn de
mensen die zich tegen de gevestigde orde keren, die hun dromen najagen. In dit verband vind ik
het woord 'onverschilligen' (r.4) ook misplaatst; het is immers de gepassioneerde mens voor wie
Slauerhoff een wijkplaats beschrijft? Het zou jammer zijn als dit woord gebruikt is ter wille
van het rijm, dus ik houd het er maar op dat we het moeten opvatten in de betekenis: 'zonder
keuze' (voor een gebaand pad).
In de vierde strofe ontdekken we echter dat het niet de levenden, maar de omgekomen zielen zijn
die hij wil herbergen op dit eiland, dat hij met hand en tand zal verdedigen. Dit gaat veel lijken
op het eiland der gelukzaligen, het Elysium van Adriaan Roland Holst, waarvan Slauerhoff dan de
bewaker is. Het mythische element wordt nog versterkt door de 'bezwering' in regel 23.
'Goede bedoeling' in r.21 is naar mijn idee ironisch bedoeld: er is volgens Slauerhoff niets
goeds aan 'handel' (kolonialisme?), 'lust' (toerisme, vertier?) en zeker niet aan 'bekeering',
dat mij aan de 'zending' doet denken, zieltjes winnen in afgelegen oorden door priesters van de
Rooms Katholieke kerk.
'Oovral' (r.25) is natuurlijk geen oude spelling van het woord 'overal', maar een ter wille van
het ritme eigenzinnig weergegeven vorm van elisie.
Dat Slauerhoff in het hele gedicht volrijm toepast volgens het schema ABAB of ABBA zal duidelijk
zijn.
Prachtig vind ik de laatste strofe:
Oovral op aarde heerscht orde,
Men late mijn eiland met rust;
't Blijft woest, zal niet anders worden
Zoolang ik kampeer op zijn kust.
Kamperen, dat zo vriendelijk en hedendaags aandoet, heeft altijd het karakter van tijdelijkheid.
Uiteindelijk kun je niet blijven, moet je weg van zelfs de meest ideale plek. Slauerhoffs eiland
blijft tijdloos, onbedorven en eeuwig woest.
Eerder verschenen:
1
M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
2
J.P. Rawie - Interieur
3
Jan Kal - Mont Ventoux
4
Jan Emmens - Voor de kade
5
M. Vasalis - Streng en aanbiddend
6
Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
7
Gerrit Achterberg - Dryade
8
Gerard Reve - Wiegelied
9
Paul van Ostaijen - Melopee
10
Hanny Michaelis - Het kind
11
J.C. Bloem - De nachtegalen
12
Gerrit Achterberg - Verzoendag
13
Hans Warren - Bekentenis
14
E. du Perron - Het kind dat wij waren
15
P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16
H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17
H. Roland Holst - De zachte krachten
18
W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19
J.H. Leopold - Staren door het raam
20
Han G. Hoekstra - De ceder
21
Paul Rodenko - Het beeld
22
Anna Blaman - De Spin
23
Martinus Nijhoff - Moeder
24
Martinus Nijhoff - Impasse
25
Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26
Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27
Ad Zuiderent - Tuinpad
28
Jan Hanlo - Oote
29
Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30
Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31
Jacques Hamelink - Grijsaard
32
Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33
Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34
Ed. Hoornik - Overgang
35
Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36
Jan Kuijper - Statica
37
Lucebert - vrede
38
Lucebert - gedicht
39
Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40
Anthonie Donker - Achterbalcon
41
Gerrit Kouwenaar - men moet
42
Anneke Brassinga - Roeping
43
Jan Arends - drie gedichten
44
Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45
Ria Borkent - Sieraad
46
Simon Vestdijk - Het kind
47
Jac. van Hattum - Visvangst
48
Simon Vestdijk - De overlevende
49
Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50
Leo Vroman - Een boot
51
W.F. Hermans - Bewaakte overweg
52
H. Marsman - 'Paradise regained'
53
Anna Enquist - Typologie van de drenkeling
54
Willem Jan Otten - Op zaal
55
Hester Knibbe - Vannacht
56
J. Slauerhoff - De ontdekker
57
J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid.
58
J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot,
59
J.H. Leopold - Regen
60
Jan G. Elburg - gelovig soms
61
J.C. Bloem - Insomnia
62
J.H. Leopold - Saadi
63
Anton Korteweg - Wij samen
64
Frederik van Eeden - De Waterlelie
65
Leo Vroman - Nacht
66
Hans Andreus - Laatste gedicht
67
Geerten Gossaert - Het brandende wrak
68
Gerrit Komrij - Een gedicht
69
Gerrit Achterberg - Fotografie
70
Patty Scholten - De olifant
71
Leo Vroman - Voor wie dit leest
72
Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten
73
Eva Gerlach - Lievelingsdieren
74
Gerrit Krol - Roodborstje
75
Ida Gerhardt - Christus als hovenier
76
Co Woudsma - Thuis
77
Herman Gorter - Zie je ik hou van je
78
Judith Herzberg - Een kinderspiegel
79
Harmen Wind - Remedie
80
Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer
81
M. Vasalis - De idioot in het bad
82
Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou
83
A. Roland Holst - De ploeger
84
Hein Walter - Hestia
85
Paul van Ostaijen - Het dorp
86
Herman de Coninck - Voor mekaar
87
Hans Andreus - Liggen in de zon
88
Paul Marijnis - Bij een boeket
89
Lloyd Haft - Naar Psalm 1
90
Chrétien Breukers - Een bericht
91
Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden
92
Leo Herberghs - Psalm 23
93
Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens
94
Esther Jansma - Raam in de lucht
95
Leo Vroman - Jeldican en het woord
96
Marc Tritsmans - Vermeer
97
Gust Gils - een minnend paar
98
Hans Faverey - Ik sla een hoek om.
Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met
voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).