16 juni 2008
J. Slauerhoff - Brieven op zee
* Een bespreking door Michel Krott *
Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek,
hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire
aanbod de sites
Meander en
Meander Magazine.
Vooraf
De bespreking door Inge Boulonois van 'reeën' van Miriam Van hee bleef zonder commentaar.
In deze aflevering de eerste bijdrage van Michel Krott. Hij gaat in op een gedicht dat in bijna geen na-oorlogse bloemlezing ontbreekt.
De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2247 abonnees.
Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden?
Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
De volgende aflevering verschijnt op 16 juli 2008. Ivan Sacharov bespreekt dan
Het wonder van Bernd G. Bevers.
Brieven op zee
Gelezen worden ze ontelbre malen,
Al was de inhoud haast vooruit geweten,
Van 't zelfde levensstof in alle talen
En op den duur tot op het woord versleten.
Toch weer ontvouwd, na 't eenzaam avondeten,
Des nachts op wacht, te kooi en na 't verhalen;
Voor hen die zooveel eenzaamheid verbeten
Is uit die letters leeftocht nog te halen.
Tusschen lieve en liefhebbende steeds staat er
Van kroost, huis, dorp en eiland weer 't alleen
Bij trouw, geboorte en dood gevarieerd relaas.
Na tal van reizen is het of een waas
't Bekende aan land omhult, men is alleen
En hoort bij 't schip en houdt het met het water.
J. Slauerhoff (1898-1936)
Uit: Verzamelde Gedichten, Nijgh & Van Ditmar, 's-Gravenhage - Rotterdam, 6e druk 1961
Wie aan Slauerhoff denkt, denkt onmiddellijk aan exotische landen en onstuimige zeeën. Zijn reputatie is onwrikbaar: de dichter-scheepsarts die als vrijwillige banneling de eenzame ongebondenheid van de zee verkoos boven het huiselijke geluk, de 'poète maudit' die inspiratie vond bij dichters als Corbière en Rimbaud. In het sonnet 'Brieven op zee' schetst hij een helder, ontnuchterend beeld van het leven op een schip. Dit toegankelijke gedicht, afkomstig uit de bundel
Een eerlijk zeemansgraf (1936), schenkt ons een bijzondere leeservaring. Het is alsof we meegevoerd worden op het schip, brieven van verre dierbaren lezen, bewaren als relikwieën, heropenen, maar langzaam losraken van de vertrouwde werkelijkheid.
Het taalgebruik oogt betrekkelijk modern - afgezien van de oude spelling en een paar klassieke kunstgrepen, zoals de weglating in 'ontelbre'. De fraaie passages 'Van 't zelfde levensstof in alle talen / En op den duur tot op het woord versleten' en 'Voor hen die zooveel eenzaamheid verbeten / Is uit die letters leeftocht nog te halen' geven blijk van een groot gevoel voor ritme en klank. De geslaagde alliteratie 'letters leeftocht' wordt voorzichtig voortgezet met 'lieve en liefhebbende' in de eerste terzine, waarna de minder opvallende alliteratie 'steeds staat er' het klankeffect op subtiele wijze versterkt. Het geheel wordt nog fraaier door het spel met de
lee-klank: 'Gelezen (...) levensstof (...) versleten (...) leeftocht (...) alleen (...) alleen'. Het einde van het gedicht is krachtig en overtuigend. Vooral de regel '(men) hoort bij 't schip en houdt het met het water' confronteert ons met onherroepelijke eenzaamheid.
Etto Krijger verzamelde in
Slauerhoff in zelfbeelden een groot aantal brieffragmenten. In de brieven die de dichter zelf schreef komt de afstand tussen land en zee vaak ter sprake: 'ik ben wel eens bang dat ik ook niet erg weer in Holland zal kunnen wennen, dan ben ik helemaal vaderlandsloos', 'ik voel me zo los en zo vervreemd van alles dat ik er ook tegenop zie terug te komen', 'het "familieleven" ben ik ontwend en apprecieer ik niet meer', 'eenmaal op zee is de verstandhouding met het land meestal een misverstand'. Wie deze berichten leest begrijpt hoe letterlijk de laatste strofe van 'Brieven op zee' kan worden opgevat, en hoe het schip alles vervangt wat in een vorig bestaan - het leven aan land - regel en maatstaf was. Het bekende aan land wordt omhuld door een waas; men hoort bij het schip en bij de zee. Toch blijkt het een haat-liefdeverhouding te zijn. In 'Zeemans herfstlied' (eveneens uit
Een eerlijk zeemansgraf) verzucht de dichter:
Had ik nu een needrige hoeve
En kinderen spelende buiten,
Om aan de beregende ruiten
Gedachtloos gelukkig te toeven.
Na 't zwerven en stuursche staren
Over de eeuwige zee,
Na 't eindloos tumult van gevaren:
De stilt' van een vredige stee. -
De poëzie van Slauerhoff is soms zeer direct, concreet en openhartig. Ook zijn brieven hebben deze eigenschappen. In een brief aan J.W. Schotman (21 januari 1930) schreef hij zonder omwegen over wat goede van slechte poëzie onderscheidt: 'Jij hebt zo'n eerbied voor overgeleverde vormen dat je eigen werk dat bloeien moet uit zich zelve er a.h.w. onder bedolven ligt. (...) Het eerste deel in de moeilijke stanza's is omslachtig breedsprakig en vaag. In het laatste waar je tenminste het rijm loslaat wordt het dadelijk lichter gracieuzer
direkter. (...) De abstracte verzen zijn de slechtste.'
Slauerhoff was natuurlijk geen tegenstander van overgeleverde vormen. Integendeel, zoals blijkt uit zijn sonnetten maakte hij er gretig gebruik van, maar hij vond ze kennelijk meer een middel dan een doel. Hij merkte in de brief aan Schotman ook op dat alles wat bezielt goed is, en alles wat bezongen wordt vals. Dit alles lijkt te duiden op een poëzieopvatting waarin voor ijle woorden, geëxalteerde verzen en wereldvreemde lyriek geen plaats is.
Toch was in het begin van zijn poëtische loopbaan nog geen sprake van concrete, directe poëzie. In een bespreking van de eerste bundel
Archipel (1923) merkte Nijhoff bijvoorbeeld op: 'Het is moeilijk over de gedichten van Slauerhoff te schrijven, omdat hij zelf, schijnt het telkens, ontweek ze te schrijven. Nimmer troffen mij zo sterk, en op éénmaal alle tegelijk, al de manieren waarop een schrijver vermijden kan, datgene direct te zeggen wat hij eigenlijk zeggen wil. Deze gedichten zijn vermaskeringen, (...) verraden onder hun hardheid die onhandigheid en hun brutaliteit die verlegenheid blijft, een zekere uiterste spanning van nerveuze sentimentaliteit.'
Sommige gedichten zijn inderdaad afstandelijk, omdat ze appelleren aan een kosmopolitische leeshouding. Ze gaan over een wereld die buiten het gezichtsveld van de honkvaste lezer ligt, over exotische plaatsen die lijken op te gaan in een grensgebied tussen realiteit en fantasie. Andere gedichten zijn uitermate helder, toegankelijk en concreet, bijvoorbeeld het wrange 'In mijn leven...' (uit
Serenade, 1930) en het beklemmende 'In memoriam mijzelf' (het slotgedicht van de postume bundel
Al dwalend), waarin de dichter onomwonden zegt: 'Al is mijn ziel verminkt, / Mijn lijf voor driekwart dood.' Hoewel Slauerhoff in de laatste regels van dit gedicht wenst dat men hem na zal geven: 'Hij leidde recht en slecht / Een onverdraagzaam leven', is het alleszins mogelijk dat hij liever iets anders wenste dan zo'n bittere herinnering. De voor de hand liggende interpretatie van dit gedicht - een rücksichtslos, cynisch zelfportret - is geloofwaardig, maar het is zeker mogelijk om in de harde woorden ook een vleugje nostalgie te lezen: '(...) mijn innerlijk, / Eens vroeg licht als Parijs, / Nu 't poolgebied gelijk.'
Misschien had Nijhoff gelijk toen hij beweerde dat de gedichten vermaskeringen zijn. Misschien moest de brutale toon verlegenheid verbloemen, omdat de schrijver zijn ware aard liever voor ons verborgen hield. Verlangde de bohémien Slauerhoff meer naar het huiselijke leven dan hij toegeven wilde? Betreurde hij de breuk met het verfoeide vaderland? Vond hij - de verdoemde dichter - in de brieven die hij kreeg nog een rest van een vroeger bestaan, een herinnering die hij eigenlijk niet afzweren wilde? Het sonnet 'Liefdesbrieven' (uit
Al dwalend) geeft inderdaad reden tot twijfel:
Een brief kan men daags, nachts, elk oogenblik
Dat men ze bij zich heeft, te voorschijn halen,
De teederheid er uit op laten stralen,
De woordjes lezen, denkend: zoo ben ìk!
Slauerhoff heeft een rusteloos leven geleid. Hij maakte vele reizen als scheepsarts, probeerde zich te vestigen als huisarts in Tanger, maar ging uiteindelijk weer varen. Hij bleef hardnekkig foeteren. Vooral Holland moest het ontgelden; hij keerde tegen wil en dank terug naar zijn geboorteland. Maar zijn zwerflust, escapisme en tegendraadse aard mogen in ieder geval als een zegen voor de literatuur worden beschouwd, want ze hebben een onalledaags, belangwekkend oeuvre opgeleverd.
Bronnen:
Slauerhoff in zelfbeelden, Etto Krijger; Atlas, Amsterdam/Antwerpen, 2003
Kritisch en verhalend proza (Verzameld werk II), Martinus Nijhoff; Bert Bakker, Amsterdam 1982
Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook
donateur.
Eerder verschenen:
1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
2J.P. Rawie - Interieur
3Jan Kal - Mont Ventoux
4Jan Emmens - Voor de kade
5M. Vasalis - Streng en aanbiddend
6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
7Gerrit Achterberg - Dryade
8Gerard Reve - Wiegelied
9Paul van Ostaijen - Melopee
10Hanny Michaelis - Het kind
11J.C. Bloem - De nachtegalen
12Gerrit Achterberg - Verzoendag
13Hans Warren - Bekentenis
14E. du Perron - Het kind dat wij waren
15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17H. Roland Holst - De zachte krachten
18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19J.H. Leopold - Staren door het raam
20Han G. Hoekstra - De ceder
21Paul Rodenko - Het beeld
22Anna Blaman - De Spin
23Martinus Nijhoff - Moeder
24Martinus Nijhoff - Impasse
25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27Ad Zuiderent - Tuinpad
28Jan Hanlo - Oote
29Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31Jacques Hamelink - Grijsaard
32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34Ed. Hoornik - Overgang
35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36Jan Kuijper - Statica
37Lucebert - vrede
38Lucebert - gedicht
39Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40Anthonie Donker - Achterbalcon
41Gerrit Kouwenaar - men moet
42Anneke Brassinga - Roeping
43Jan Arends - drie gedichten
44Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45Ria Borkent - Sieraad
46Simon Vestdijk - Het kind
47Jac. van Hattum - Visvangst
48Simon Vestdijk - De overlevende
49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50Leo Vroman - Een boot
51W.F. Hermans - Bewaakte overweg
52H. Marsman - 'Paradise regained'
53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling
54Willem Jan Otten - Op zaal
55Hester Knibbe - Vannacht
56J. Slauerhoff - De ontdekker
57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid.
58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot,
59J.H. Leopold - Regen
60Jan G. Elburg - gelovig soms
61J.C. Bloem - Insomnia
62J.H. Leopold - Saadi
63Anton Korteweg - Wij samen
64Frederik van Eeden - De Waterlelie
65Leo Vroman - Nacht
66Hans Andreus - Laatste gedicht
67Geerten Gossaert - Het brandende wrak
68Gerrit Komrij - Een gedicht
69Gerrit Achterberg - Fotografie
70Patty Scholten - De olifant
71Leo Vroman - Voor wie dit leest
72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten
73Eva Gerlach - Lievelingsdieren
74Gerrit Krol - Roodborstje
75Ida Gerhardt - Christus als hovenier
76Co Woudsma - Thuis
77Herman Gorter - Zie je ik hou van je
78Judith Herzberg - Een kinderspiegel
79Harmen Wind - Remedie
80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer
81M. Vasalis - De idioot in het bad
82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou
83A. Roland Holst - De ploeger
84Hein Walter - Hestia
85Paul van Ostaijen - Het dorp
86Herman de Coninck - Voor mekaar
87Hans Andreus - Liggen in de zon
88Paul Marijnis - Bij een boeket
89Lloyd Haft - Naar Psalm 1
90Chrétien Breukers - Een bericht
91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden
92Leo Herberghs - Psalm 23
93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens
94Esther Jansma - Raam in de lucht
95Leo Vroman - Jeldican en het woord
96Marc Tritsmans - Vermeer
97Gust Gils - een minnend paar
98Hans Faverey - Ik sla een hoek om.
99J. Slauerhoff - Dit eiland
100Hans Kloos - Panta rhei
101Anna Enquist - Ineens
102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter...
103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld
104H.A. Gomperts - Côte d'Azur
105C.O. Jellema - Aurora borealis
106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen
107Miriam Van hee - reeën
Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).
Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers.
Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.