16 juli 2008
Bernd G. Bevers - Het wonder
* Een bespreking door Ivan Sacharov *
Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek,
hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire
aanbod de sites
Meander en
Meander Magazine.
Vooraf
Op de bespreking door Michel Krott van Slauerhoffs 'Brieven op zee' kwamen geen reacties binnen.
De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2258 abonnees.
Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden?
Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
De volgende aflevering verschijnt op 13 augustus 2008. Lambert Wierenga bespreekt dan
Het leven in juni van Marjoleine de Vos.
Het wonder
Waar hemel en aarde elkaar raken
begint het goddelijke werd gezegd.
Ik dacht aan de regen, die plassen vormde
in het zand. Ze beloofden iets.
Ik dronk ervan, op mijn knieën liggend
boven de nachtzwarte poel vol dode bladeren.
Een dier dat voor de eerste keer ondergaat
wat dorst, verlangen is, gekruid met angst.
Ik dronk en dronk. Het stoffige vlies van de hemel,
gronderig en bitter van smaak, de witte vlek
van mijn gezicht dat de toekomst voorzag
zonder dat ik het wist. Het koude, verre licht
daarbeneden, dat niet dichterbij kwam.
Een kus die de wereld dronk en eraan ontsteeg.
Bernd G. Bevers (1952)
Uit: Tegenberichten, Prometheus, Amsterdam 2004
'Het wonder' van Bernd G. Bevers is een gedicht zoals er niet veel voorkomen in het landschap van de moderne Nederlandse dichtkunst. Niet modieus, niet geëngageerd, kortom: niet naar andermans pijpen dansend. Dat geeft dit gedicht een authentieke sfeer en maakt het op een aparte manier aantrekkelijk. Bernd G. Bevers ('a lethal beaver', zoals hij ergens wordt genoemd) behoort blijkbaar tot het kleine clubje eigenheimers in de poëzie waarvoor geen lidmaatschapskaart bestaat en dat zich niets lijkt aan te trekken van de heersende opvattingen bij sommige redacties van literaire tijdschriften, waarmee poëzie geïnfecteerd kan raken. Dat bevalt me. Dat is gezond. Wie zijn tot nu toe enige poëziebundel
Tegenberichten leest (waaruit dit gedicht komt), merkt de hand van een persoonlijkheid. Ik had - als het alleen om authenticiteit ging - om het even welk gedicht uit de bundel kunnen nemen voor deze bespreking, bijvoorbeeld het door Thomas Vaessens in
De honderd beste gedichten van 2004 gekozen gedicht 'Avondgebed'.
Avondgebed
Een rij brandladders als paperclips
aan de dakrand geklemd, om hemel
en aarde te verzoenen met elkaar.
Daar zingt een merel strenggelovig
onder zijn zwarte hoofddoek verstopt,
de snavel als een splinter omhoog wijzend
in de richting waarvandaan het wonder
wordt verwacht. Oostwaarts trekt de wolkenzee,
als stapels ziekenhuisbeddengoed aan de kant
gegooid. Een eindeloze stoet verfrommelde
bebloede lakens.
Ook op de achterflap van
Tegenberichten wordt een regel uit dit gedicht aangehaald. Het maakt blijkbaar op een aantal mensen erg veel indruk. Een beetje jammer. Niet dat een merel die 'streng gelovig onder zijn zwarte hoofddoek verstopt' zit geen mooi beeld is, maar zo kan men het gevoel krijgen dat sommige critici zich meer laten overtuigen door de actualiteit, dan door de kwaliteit van wat er staat. Waarom de waan van de dag zo'n grote rol laten spelen bij het aan de man brengen van wat - volgens dezelfde flaptekstschrijver toch - tijdloze gedichten zijn? Wie Bevers op waarde wil schatten moet zich dáár nu juist niet door laten leiden. Overigens wel een prachtig gedicht, dit 'Avondgebed', vooral door de originele beeldspraak (die 'snavel als een splinter' komt bij een lezer diep onder zijn vel te zitten!).
'Het wonder', waarover ik het in deze bespreking wil hebben, laat weinig ruimte voor dit soort van misleidende verwarringen. Misschien heb ik het daarom wel nooit geciteerd gezien. Dit gedicht biedt werkelijk niets waardoor eventuele trendwatchers en mode-hippies zouden kunnen worden geboeid, zelfs milieu-freaks hebben hier weinig te zoeken. Het sterke, nogal ongebruikelijke beeld van iemand die dorstig uit een plas regenwater drinkt, geeft het gedicht iets oers, iets mythisch, wat het authentieke karakter ervan nog meer doet uitkomen. Maar misschien is dat 'fout' tegenwoordig? Ik weet het niet. Het gedicht staat in de verleden tijd, de ik-persoon blikt terug: het beeld is mogelijk op een jeugdervaring gebaseerd. Dat maakt de handeling aannemelijker - van een kind zou men zoiets gauwer verwachten - maar verzwakt de sfeer niet: alles wat in onze kindertijd speelt heeft immers sowieso iets mythisch (Du Perron schreef niet voor niets in zijn gedicht 'Het kind dat wij waren' dat wij
''t heerlikst in ons vérst verleden' leven). Bevers vergelijkt zichzelf dan ook nog met een dier, wat het basale, lichamelijke, van de ervaring onderstreept.
De ietwat naïeve derde regel, die een regenplas aanwijst als voorbeeld van een plaats waar hemel en aarde elkaar raken, waar 'het goddelijke begint', sluit goed aan bij de ideeën die een kind over de wereld kan hebben. Maar hier blijkt tevens dat het om meer gaat dan een 'gewone' drinkpartij: de regenplas is een metafoor. Een metafoor ook voor de wereld, zoals de laatste regel ons vertelt. Het kind begint (in) de wereld te drinken en ondergaat al drinkend wat 'dorst, verlangen is, gekruid met angst'. Hiermee wordt de handeling van het drinken iets wat zich over een heel leven lijkt uit te strekken. 'Ik dronk en dronk', staat er, niet zonder reden.
Heel knap de interpunctie hier. De verleiding moet toch even aanwezig geweest zijn om geen punt te zetten tussen 'Ik dronk en dronk' en 'Het stoffige vlies van de hemel'. Ja, waarom geen dubbele punt? Wellicht wist de dichter dat hij dan in moeilijkheden zou komen bij 'de witte vlek van mijn gezicht', die immers niet te drinken is! Zoals het er nu staat, wordt de suggestie van het drinken van de witte vlek wel gewekt, maar staat er in werkelijkheid alleen dat die vlek zich aan hem voordoet (ongeveer zoals het ons altijd met toekomstbeelden vergaat; heeft ooit iemand
echt dat lekkere stukje worst bereikt?).
De ik-persoon ziet in de wereld, die 'nachtzwarte poel vol dode bladeren' (die ook wel het hele leven kan voorstellen) 'het stoffige vlies van de hemel, gronderig en bitter van smaak', zoals de dichter enigzins gedesillusioneerd opmerkt. 'Bitter' en 'stoffig' zijn woorden die herinneren aan de dood. En die dode bladeren, zijn dat misschien doodgelopen relaties? Aan het licht gekomen illusies? Het leven zit er vol mee. Het 'goddelijke' is blijkbaar niet te vinden in dat 'stoffige vlies van de hemel', waarmee niet alleen het verontreinigde wateroppervlak maar mogelijk ook de stof waaruit ons lichaam bestaat, wordt bedoeld. Een prachtig beeld trouwens, want in dat vlies ziet de ik-persoon zichzelf ook gespiegeld. Het vlies, het wateroppervlak, de grens tussen twee werelden, blijkt de drager van het bewustzijn. En dit - over mythes gesproken - doet ons weer denken aan Narcissus, die verliefd werd op zijn eigen spiegelbeeld in het water. Alleen in dit geval geen verliefdheid (meer): daarvoor lijkt de ik-persoon teveel teleurgesteld in het leven. (Houdt hij überhaupt wel van zichzelf?)
'De witte vlek van mijn gezicht dat de toekomst voorzag' kan een beeld zijn voor het onbekend zijn van de toekomst, maar slaat er waarschijnlijk ook op dat die toekomst leeg blijft, dat de verlangens onvervuld blijven: in die zin is die witte (lege) vlek voorspellend. 'Het koude, verre licht daarbeneden, dat niet dichterbij kwam', staat dan voor alles wat verlangd wordt.
'Een kus die de wereld dronk en eraan ontsteeg.', schrijft Bevers in de laatste regel. Daar zit de crux. Na te hebben gedronken tilt het mensdier zijn kop op en raakt de mond het water niet meer - of raakt het water de mond niet meer? Bevers laat ons met een open einde zitten. De kus ontsteeg de wereld. Dat kan de dood betekenen, de illusie-dood van al het verlangde, die het gedicht in een volkomen misère laat eindigen; maar wie weet betekent het wat anders... Wie weet betekent het dat de ik-persoon zijn dorst ontsteeg, dat hij beseft dat hij al die tijd niet de wereld verlangd heeft, maar iets anders. Bestaat het wonder daaruit? Een rare kus deze kus, die een soort Judas-kus blijkt te zijn, een kus waarmee de wereld wordt verraden! Maar een wonder is in elk geval dit gedicht.
*
Bernd G. Bevers werd in 1952 geboren in het Duitse Gronau, maar leeft sinds 1964 in Nederland. Hij publiceerde al enkele jaren in tijdschriften zoals De tweede ronde en Awater voordat zijn debuutbundel Tegenberichten in 2004 verscheen bij Prometheus. Bevers is beeldend kunstenaar maar legt zich sinds 1994 geheel toe op het schrijven van gedichten.
Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook
donateur.
Eerder verschenen:
1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
2J.P. Rawie - Interieur
3Jan Kal - Mont Ventoux
4Jan Emmens - Voor de kade
5M. Vasalis - Streng en aanbiddend
6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
7Gerrit Achterberg - Dryade
8Gerard Reve - Wiegelied
9Paul van Ostaijen - Melopee
10Hanny Michaelis - Het kind
11J.C. Bloem - De nachtegalen
12Gerrit Achterberg - Verzoendag
13Hans Warren - Bekentenis
14E. du Perron - Het kind dat wij waren
15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17H. Roland Holst - De zachte krachten
18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19J.H. Leopold - Staren door het raam
20Han G. Hoekstra - De ceder
21Paul Rodenko - Het beeld
22Anna Blaman - De Spin
23Martinus Nijhoff - Moeder
24Martinus Nijhoff - Impasse
25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27Ad Zuiderent - Tuinpad
28Jan Hanlo - Oote
29Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31Jacques Hamelink - Grijsaard
32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34Ed. Hoornik - Overgang
35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36Jan Kuijper - Statica
37Lucebert - vrede
38Lucebert - gedicht
39Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40Anthonie Donker - Achterbalcon
41Gerrit Kouwenaar - men moet
42Anneke Brassinga - Roeping
43Jan Arends - drie gedichten
44Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45Ria Borkent - Sieraad
46Simon Vestdijk - Het kind
47Jac. van Hattum - Visvangst
48Simon Vestdijk - De overlevende
49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50Leo Vroman - Een boot
51W.F. Hermans - Bewaakte overweg
52H. Marsman - 'Paradise regained'
53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling
54Willem Jan Otten - Op zaal
55Hester Knibbe - Vannacht
56J. Slauerhoff - De ontdekker
57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid.
58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot,
59J.H. Leopold - Regen
60Jan G. Elburg - gelovig soms
61J.C. Bloem - Insomnia
62J.H. Leopold - Saadi
63Anton Korteweg - Wij samen
64Frederik van Eeden - De Waterlelie
65Leo Vroman - Nacht
66Hans Andreus - Laatste gedicht
67Geerten Gossaert - Het brandende wrak
68Gerrit Komrij - Een gedicht
69Gerrit Achterberg - Fotografie
70Patty Scholten - De olifant
71Leo Vroman - Voor wie dit leest
72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten
73Eva Gerlach - Lievelingsdieren
74Gerrit Krol - Roodborstje
75Ida Gerhardt - Christus als hovenier
76Co Woudsma - Thuis
77Herman Gorter - Zie je ik hou van je
78Judith Herzberg - Een kinderspiegel
79Harmen Wind - Remedie
80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer
81M. Vasalis - De idioot in het bad
82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou
83A. Roland Holst - De ploeger
84Hein Walter - Hestia
85Paul van Ostaijen - Het dorp
86Herman de Coninck - Voor mekaar
87Hans Andreus - Liggen in de zon
88Paul Marijnis - Bij een boeket
89Lloyd Haft - Naar Psalm 1
90Chrétien Breukers - Een bericht
91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden
92Leo Herberghs - Psalm 23
93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens
94Esther Jansma - Raam in de lucht
95Leo Vroman - Jeldican en het woord
96Marc Tritsmans - Vermeer
97Gust Gils - een minnend paar
98Hans Faverey - Ik sla een hoek om.
99J. Slauerhoff - Dit eiland
100Hans Kloos - Panta rhei
101Anna Enquist - Ineens
102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter...
103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld
104H.A. Gomperts - Côte d'Azur
105C.O. Jellema - Aurora borealis
106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen
107Miriam Van hee - reeën
108J. Slauerhoff - Brieven op zee
Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).
Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers.
Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.