14 oktober 2009
Geert van Istendael - Spade
* Een bespreking door Wilma van den Akker *
Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek,
hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire
aanbod de sites
Meander en
Meander Magazine.
Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (3), Inge Boulonois (17), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (1), Karin Doornik (4), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Yves Joris (2), Wim Kleisen (2), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (32), Joris Lenstra (6), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (1), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (2), Bettine Siertsema (2), Lambert Wierenga (9), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (1).
Vooraf
Op de bespreking door Lambert Wierenga van 'Halverwege, de liefde' van Michaël Zeeman kwamen helaas geen reacties binnen.
De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2375 abonnees.
Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden?
Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
De volgende aflevering verschijnt op 11 november 2009. Bettine Siertsema bespreekt dan
Verwachtingen en haren eenmaal grijs van Martinus Nijhoff uit de cyclus Voor dag en dauw (1936).
Spade
Zij bijt het eten uit de grond. Haar snede
keert het bestaansrecht om, vlak bij
de aarde. Wie haar schaafde, smeedde
wil geen gras, wil knol, verteerbaar blad.
Metaal klemt hout. Ooit breken zij hun eden.
Haar meester stoot. Zij steekt, zij doodt. Al wat
het duister zoekt wordt naar het licht geheven.
Zij spreidt een brokkelig bed voor oogstbaar leven.
Geert van Istendael (1947)
Uit: Taalmachine, Atlas, Amsterdam-Antwerpen 2001
Poëziezomer Watou, september 2002. In een boerenschuur vol hooi staat een spade tegen de muur. Er hangt een gedicht; het klinkt ook uit een speaker. 'Spade' van Geert van Istendael komt zo optimaal bij mij binnen. En ik raak het niet meer kwijt. Teruggekeerd van het festival in de Vlaamse Westhoek ga ik meteen op zoek naar de bundel
Taalmachine, waarin 'Spade' is opgenomen. Wat is het dat mij zo raakt? Het is niet gemakkelijk om er de vinger op te leggen, maar ik doe een poging. Het is een samengaan van vorm, klank en inhoud. Zo'n fraaie mannenstem met Vlaams accent is één, maar de zinnen maken ook indruk. 'Al wat het duister zoekt, wordt naar het licht geheven.' Wie deze zin buiten de context leest, of hoort, moet haast wel denken dat het hier om een diepzinnig, existentieel gegeven gaat. Het Yin en Yang van goed en kwaad, licht en donker, aarde en lucht. Een zin die thuishoort in een boek vol beroemde citaten. Maar ook binnen de context van het gedicht, een ode aan een stuk basisgereedschap van boer en tuinder, heeft deze zin een belangrijke functie: hij is een uitwerking van het in de tweede regel genoemde 'omkeren van het bestaansrecht.'
Vlijmende klanken
De vorm van dit gedicht is vrij eenvoudig: twee strofen, een van vijf en een van drie regels. In
Taalmachine (afdeling I) staat een negental gedichten met dezelfde opbouw. Alle zijn odes aan stoffelijke zaken, in de meeste gevallen gebruiksvoorwerpen. Baksteen, Wijnfles, Kurkentrekker, Pad, Tweed, Ui, Spade, Spijker, Zeis. De meeste regels rijmen, volgens het schema a b a c a – c d d. Ook daarin komt de hele reeks van negen overeen. Met zo'n strak stramien begin ik me af te vragen, wat er aan deze reeks gedichten ten grondslag lag. Was er sprake van een opdracht? Of vond van Istendael het zelf prettig om deze structuur als houvast te hebben? Ik zou het de dichter bijna willen vragen. Misschien zijn er lezers die meer over van Istendael weten en dat kunnen vertellen. 'Zeis' is opgedragen aan zijn schoonvader, die hem leerde maaien. Dit lees ik achterin de bundel. Voor mij tekent zich liefde af voor het eenvoudige (boeren-)leven, met eerlijke arbeid en simpel gereedschap.
De klanken en woordkeuze zijn zorgvuldig afgewogen. Het begint al meteen goed met : 'Zij bijt het eten...' Een begin dat er inhakt: de 'ij's en 't's vlijmen. Vervolgens doen de 's' klanken het scherpe metaal zingen in: 'Haar snede keert het bestaansrecht om, (...). Wie haar schaafde, smeedde....'. Wat ook krachtig werkt, zijn de korte zinnen, die zich tussen de langere ophouden. Kernachtige, actieve uitlatingen: 'Metaal klemt hout.' 'Haar meester stoot.' 'Zij steekt, zij doodt.' De snelle, pittige bewegingen van het spitten komen hierin tot uiting. Daarna weer langere, meer samengestelde zinnen die het complexe en uitgebreide van het aardse en het onderaardse weergeven. 'Zij spreidt een brokkelig bed voor oogstbaar leven.'
Bestaansrecht
In de inleiding gaf ik al aan, dat dit gedicht over een stuk oergereedschap een veel diepere betekenis lijkt te hebben. Is het een metafoor voor de dualiteit van het bestaan? Voor het samengaan van licht en donker, onder- en bovenwereld en voor de inwisselbaarheid van beide? Bepaalde zinnen suggereren dat op zijn minst. Ik zal trachten van voor naar achteren de betekenis van het gedicht enigszins te doorgronden.
/Zij bijt het eten uit de grond./ Ik heb nooit geweten dat een spade vrouwelijk was. Alweer hebben we hier een tegenstelling: de spade is vrouwelijk, haar meester mannelijk. Yin en Yang werken samen om de grond open te leggen. Ze begint wel bits, zet haar tanden in de grond om het voedsel eruit te halen. 'Haar snede' klinkt erg als 'haar schede,' om het vrouwelijke nog sterker te benadrukken. Wordt de schede niet ook 'snee' genoemd? In ieder geval wordt hier ook de inkeping beschreven, die het gereedschap in de aarde maakt. Waarmee het bestaansrecht wordt omgekeerd. Dat omkeren werkt hier erg mooi, maar wat is eigenlijk bestaansrecht? Woordenboeken verklaren niet verder dan: 'recht van bestaan' en 'recht om er te zijn'. Hoe ziet dat eruit, het bestaansrecht omkeren? Het blijft wat ongrijpbaar. 'Recht' is doorgaans een verworvenheid, vastgelegd in wetten. Grondrecht, natuurwetten... nu draaf ik misschien door in het zoeken van betekenissen. Ik houd het er maar op, dat van Istendael verwijst naar het recht om 'onder' of 'boven' te zijn, zoals in de tweede strofe wordt uitgewerkt, met:
/Al wat het duister zoekt, wordt naar het licht geheven./
'Vlak bij de aarde.' In feite begeeft de spade zich
in de aarde, niet er vlakbij. Niet diep misschien, maar wel erin. Dus als ik dit precies begrijp, doelt de dichter hier eerder op het aardoppervlak, of moeder aarde. Vlakbij de planeet aarde. Hier vindt genoemde omkering plaats.
De maker van de spade, die haar hout schaafde en haar metaal smeedde (voor de boer) heeft geen behoefte aan gras. Gras is niet eetbaar voor mensen. De mens wil aardappelen en andere knollen, bladgroenten enzovoorts. Om die te oogsten heeft hij de schop, de spade nodig. Het gras wordt ondergespit. Terug naar de maker van de spade. Het lijkt erop, dat hij dezelfde persoon is als degene die de spade gebruikt, maar dat hoeft niet zo te zijn. Beide hebben gemeen dat ze groenten willen eten. De een (een houtbewerker, een smid) maakt het gereedschap, de ander gebruikt het (een boer, een tuinder). Met het doel om te oogsten. Het metaal wordt om de houten steel geklemd. Twee verschillende materialen worden hier stevig verenigd. Maar niet voor de eeuwigheid: ooit breken zij hun eden. Ergens in de toekomst zal de spa stukgaan en zullen de materialen van elkaar scheiden. Verwijst 'eden' hier ook naar 'Eden', het paradijs? Dat door kennis van goed en kwaad (licht en donker!) voor man en vrouw (Yang en Yin) voorgoed verloren ging? Dat voert misschien weer te ver, maar de associatie ligt nogal voor de hand.
Beweging
De tweede strofe maakt krachtig duidelijk, hoe de spade wordt gebruikt. De boer, of tuinder is de meester. Hij stoot de spade in de grond. 'Haar meester stoot' zou zonder context zo maar kunnen verwijzen naar een geslachtsdaad, waarbij de man een overheersende rol speelt. Maar binnen de context zet de spade zelf ('Zij') de beweging door: 'Zij steekt, zij doodt.' Zij steekt haar metalen blad bijna als een mes in de aarde en doodt daarmee plantaardige en dierlijke schepsels, die zich in en op die aarde bevinden. De volgende beweging is een heffende: de wortels, wurmen, pissebedden en al het andere leven dat zich ondergronds, in het donker ophoudt, worden opgetild en komen in het daglicht terecht. Verdraagt het dat? Hier verricht de spade een bijna goddelijk werk: onderwereld wordt bovenwereld. Het bestaansrecht omgekeerd. Zo wordt donker licht en dood wordt leven. Krachtiger tegenstellingen bestaan niet. Ook compost wordt 'gekeerd': plantaardige resten, die onder een laag aarde liggen te verteren, opgegeten en uitgepoept door wormen en andere organismen, worden op de schop genomen en naar de oppervlakte gebracht. Zo ontstaat een gelijkmatige massa vruchtbare humus.
Tot slot wordt het resultaat van al dit gegraaf en gespit beschreven:
/Zij spreidt een brokkelig bed voor oogstbaar leven./ Voor onze ogen strekt zich de aarde, de akker uit, met onregelmatige kluiten, klaar om zaad of pootgoed te ontvangen, waarvan later geoogst kan worden. Het bed is gespreid. Er wordt 'leven' geoogst. Uit gedood leven ontstaat nieuw leven. Bovengronds, met ondergrondse wortels. Onderwereld en bovenwereld, licht en donker blijven met elkaar verbonden. Dankzij de spade, die de boel regelmatig op zijn kop zet. De beweging blijft doorgaan. Omkeerbaarheid werd zelden sterker onder woorden gebracht. 'Spade' is een voor mij een oergedicht.
Ik wil deze bespreking afsluiten met een ander gedicht uit de reeks, een ode aan de spijker. Een tweede bewijs van liefde voor eenvoudig werk en simpel gereedschap.
SPIJKER
De ingeklopte kop verraadt de punt
die door de macht van hamers werd verdreven.
Door timmerbazen voorgeproefd, verdund,
verplet tot scherpte, kwetst hij, hecht hij
de vezels waaraan hardheid zij gegund.
Weerspannigheid en lengte worden waarden
als groter smeedwerk hem het hout in drijft.
Hij blijft rechtop als hij de slagen krijgt.
Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook
donateur.
Eerder verschenen:
1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
2J.P. Rawie - Interieur
3Jan Kal - Mont Ventoux
4Jan Emmens - Voor de kade
5M. Vasalis - Streng en aanbiddend
6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
7Gerrit Achterberg - Dryade
8Gerard Reve - Wiegelied
9Paul van Ostaijen - Melopee
10Hanny Michaelis - Het kind
11J.C. Bloem - De nachtegalen
12Gerrit Achterberg - Verzoendag
13Hans Warren - Bekentenis
14E. du Perron - Het kind dat wij waren
15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17H. Roland Holst - De zachte krachten
18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19J.H. Leopold - Staren door het raam
20Han G. Hoekstra - De ceder
21Paul Rodenko - Het beeld
22Anna Blaman - De Spin
23Martinus Nijhoff - Moeder
24Martinus Nijhoff - Impasse
25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27Ad Zuiderent - Tuinpad
28Jan Hanlo - Oote
29Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31Jacques Hamelink - Grijsaard
32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34Ed. Hoornik - Overgang
35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36Jan Kuijper - Statica
37Lucebert - vrede
38Lucebert - gedicht
39Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40Anthonie Donker - Achterbalcon
41Gerrit Kouwenaar - men moet
42Anneke Brassinga - Roeping
43Jan Arends - drie gedichten
44Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45Ria Borkent - Sieraad
46Simon Vestdijk - Het kind
47Jac. van Hattum - Visvangst
48Simon Vestdijk - De overlevende
49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50Leo Vroman - Een boot
51W.F. Hermans - Bewaakte overweg
52H. Marsman - 'Paradise regained'
53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling
54Willem Jan Otten - Op zaal
55Hester Knibbe - Vannacht
56J. Slauerhoff - De ontdekker
57J.A. dèr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid.
58J.A. dèr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot,
59J.H. Leopold - Regen
60Jan G. Elburg - gelovig soms
61J.C. Bloem - Insomnia
62J.H. Leopold - Saadi
63Anton Korteweg - Wij samen
64Frederik van Eeden - De Waterlelie
65Leo Vroman - Nacht
66Hans Andreus - Laatste gedicht
67Geerten Gossaert - Het brandende wrak
68Gerrit Komrij - Een gedicht
69Gerrit Achterberg - Fotografie
70Patty Scholten - De olifant
71Leo Vroman - Voor wie dit leest
72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten
73Eva Gerlach - Lievelingsdieren
74Gerrit Krol - Roodborstje
75Ida Gerhardt - Christus als hovenier
76Co Woudsma - Thuis
77Herman Gorter - Zie je ik hou van je
78Judith Herzberg - Een kinderspiegel
79Harmen Wind - Remedie
80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer
81M. Vasalis - De idioot in het bad
82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou
83A. Roland Holst - De ploeger
84Hein Walter - Hestia
85Paul van Ostaijen - Het dorp
86Herman de Coninck - Voor mekaar
87Hans Andreus - Liggen in de zon
88Paul Marijnis - Bij een boeket
89Lloyd Haft - Naar Psalm 1
90Chrétien Breukers - Een bericht
91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden
92Leo Herberghs - Psalm 23
93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens
94Esther Jansma - Raam in de lucht
95Leo Vroman - Jeldican en het woord
96Marc Tritsmans - Vermeer
97Gust Gils - een minnend paar
98Hans Faverey - Ik sla een hoek om.
99J. Slauerhoff - Dit eiland
100Hans Kloos - Panta rhei
101Anna Enquist - Ineens
102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter...
103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld
104H.A. Gomperts - Côte d'Azur
105C.O. Jellema - Aurora borealis
106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen
107Miriam Van hee - reeën
108J. Slauerhoff - Brieven op zee
109Bernd G. Bevers - Het wonder
110Marjoleine de Vos - Het leven in juni
111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen
112Gabriël Smit - Omdat wij zijn
113Gerrit Achterberg - Code
114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante
115Patrick Lateur - Mirjam
116Ankie Peypers - Een jonger vrouw
117M. Vasalis - Cannes
118J. Slauerhoff - De Zonnesteek
119Hans Andreus - Mol
120Kester Freriks - Sprookje
121Hester Knibbe - Psalm 4631
122Simon Vestdijk - Zelfkant
123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw
124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde
Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).
Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers.
Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.