16 december 2009
Mustafa Stitou - Het onderliggende het zich tonende
* Een bespreking door Jeroen Dera *
Alle Klassiekers zijn, compleet met poëtisch woordenboek,
hier te raadplegen. Zie voor al ons andere literaire
aanbod de sites
Meander en
Meander Magazine.
Van de volgende auteurs verschenen inmiddels bijdragen: Wilma van den Akker (3), Inge Boulonois (17), Rutger Cornets de Groot (8), Jeroen Dera (2), Karin Doornik (4), Remko Ekkers (3), Edith de Gilde (7), Pim Heuvel (15), Yves Joris (2), Wim Kleisen (2), Michel Krott (1), Joop Leibbrand (32), Joris Lenstra (6), Allies Ligtvoet (1), Herbert Mouwen (1), Henk Ruijsch (1), Ivan Sacharov (2), Bettine Siertsema (3), Lambert Wierenga (9), Elly Woltjes (9), Rik Wouters (1).
Vooraf
Bettine Siertsema besprak vorige maand sonnet III uit de cyclus 'Voor dag en dauw' van Martinus Nijhoff. Er kwamen geen reacties binnen waarop we moeten ingaan.
In deze aflevering behandelt Jeroen Dera op min of meer ecokritsche wijze (zeer actueel dus!) een gedicht uit Mustafa Stitou's
Varkensroze ansichten, een bundel die kort na verschijning door Milla van der Have besproken werd voor
Meander.
De eerste Klassieker verscheen op 6 juli 2000.
Deze aflevering wordt verzonden aan 2450 abonnees.
Reageren op deze bespreking? Zelf een bijdrage leveren? Vaste medewerker worden?
Neem contact op met Meander Klassiekers.
Het e-mailadres is:
Xklassieker@klassiekegedichten.netX
(de letters X uit dit adres verwijderen!)
De volgende aflevering verschijnt op 13 januari 2010. Inge Boulonois bespreekt dan
Changement de décor van Ellen Warmond, een gedicht uit de bundel Proeftuin (1953).
De schil waarop wij leven
1.
Het onderliggende het zich tonende,
het zich tonende het zich tonende. Op voormalige
zeebodem een vinexvesting, met zo natuurlijk
mogelijk bos omgeven, recreatiepaden,
en met kunstwerk binnenkort.
Alma Mater
heet het beeld van Johan IJzerman
en wordt gebouwd van gras,
de schil waarop wij leven.
Hier zijn pionieren klootjes of crimineel
en wie niet te categoriseren valt
in een aparte doos – woonkamers wemelen
van geruchten over een pedofiele buur
en asielkampen moeten het liefst
aan de horizon staan, zo scheidt men
het goede van het zwarte.
Transcendentie schenkt een machtige eik misschien,
een afgewaaid takje staat goed in een vaas
chrysanten, weet Klazien.
Mustafa Stitou (1974)
Uit: Varkensroze ansichten, De Bezige Bij, Amsterdam 2003
Een eik op de zeebodem
Bekommernis om natuur en milieu staat heden ten dage niet alleen hoog op de politieke agenda, maar zeker ook op die van de literatuur. Denk bijvoorbeeld aan de roman
Koetsier Herfst (2007) van Charlotte Mutsaers, waarin thema’s als dierenactivisme en veganisme een belangrijke rol spelen. En Stefan Brijs zei naar aanleiding van zijn roman
De engelenmaker (2005): “Eigenlijk strijden de mensen niet met God, maar met de natuur. En wij kunnen dat, we hebben de mogelijkheden.”
Teksten als die van Mutsaers en Brijs zullen zeker de aandacht trekken van de zogeheten ecokritiek, een tak van de literatuurtheorie die zich bezighoudt met de wijze waarop de natuur in een tekst gerepresenteerd wordt. Ecocritici hebben een sterk politiek-activistisch karakter: ze menen dat de mens schuld heeft aan natuur- en milieuproblemen en proberen in literaire teksten de discoursen aan te wijzen die daarvoor verantwoordelijk zijn. Met name de assumptie dat de mens in hiërarchisch opzicht boven de natuur staat, wordt binnen de ecokritiek ontmanteld als schadelijk voor onze natuurlijke omgeving.
In de lijn van die ecokritische karakteristieken formuleerde Lawrence Buell in 1995 vier criteria waaraan een ideale literaire tekst dient te voldoen. Ten eerste moet de natuur in die tekst de suggestie wekken dat de menselijke historie is ingebed in de natuurlijke historie. Ten tweede mag de aandacht niet alleen uitgaan naar de mens: ook aandacht voor niet-menselijke problematiek wordt gelegitimeerd. In de derde plaats is een deel van de ethische oriëntering van de tekst gericht op de menselijke verantwoordelijkheid voor de toestand van onze natuurlijke omgeving. En in de vierde plaats wordt die natuurlijke omgeving niet als een statische constante beschouwd, maar veerleer als een dynamisch proces.
Hoewel ik zo mijn bedenkingen heb bij de praktijk van ecocriticism, zijn het deze vier criteria die Stitous gedicht ‘Het onderliggende het zich tonende’ mooi kunnen belichten. Het gedicht vormt de opening van de cyclus ‘De schil waarop wij leven’, die de Marokkaans-Nederlandse dichter publiceerde in zijn met de VSB-poëzieprijs bekroonde bundel
Varkensroze ansichten (2003). Aan de hand van Buells criteria voor een ideale literaire tekst zal ik in wat volgt een interpretatie geven van dit gedicht van Stitou.
Ik begin met het criterium dat de tekst impliceert dat de menselijke historie is ingebed in de natuurlijke historie. ‘De schil waarop wij leven’ getuigt op verschillende manieren van die inbedding. In de eerste plaats legt Stitou een grote nadruk op de bodem waarop de mens zijn huizen en parken bouwt: de vinexvesting staat op “voormalige zeebodem” (regel 3) en gras wordt bestempeld als “de schil waarop wij leven” (8). Daaruit wordt duidelijk dat wat mensen doen en maken, niet los kan staan van wat de natuur ons aan mogelijkheden biedt. Die gedachte culmineert in het beeld
Alma Mater (Moeder Aarde), dat geheel uit gras vervaardigd wordt. Het kunstwerk, een cultuurproduct bij uitstek, blijkt voor zijn bestaan afhankelijk van het materiaal dat de natuur ons biedt.
Alma Mater is ook exemplarisch voor een andere manier waarop Stitou duidelijk maakt dat de menselijke historie – ofwel de cultuurgeschiedenis – niet zonder de natuur kan. Hij doet dat door de binaire oppositie natuur-cultuur te deconstrueren. In het kunstwerk vervagen de grenzen tussen natuur en cultuur: een
cultureel artefact is vervaardigd uit
natuurlijk materiaal. Het onderscheid tussen natuur en cultuur vertroebelt bij Stitou wel vaker. De “pionieren” (9) bijvoorbeeld zijn “klootjes of crimineel”, en daarmee menselijk. In de biologie zijn pionieren daarentegen altijd planten. Door mensen te brengen waar je planten zou verwachten, zet Stitou de gehele ecobiologie op zijn kop. De vergelijking tussen mensen en planten dringt zich ook op wanneer je de tweede en de vijfde strofe naast elkaar legt: zoals de mens de natuur modelleert door de aanleg van cultuurbossen (opnieuw een vermenging van natuur en cultuur), zo bestemt hij ook mensen – en dan in het bijzonder asielzoekers – via een ruimtelijk plan.
Uit het voorgaande moge blijken dat het tweede criterium dat Buell stelt aan de ideale literaire tekst, namelijk dat er meer uit spreekt dan alleen
human interest, voor het gedicht van Stitou uitdrukkelijk opgaat. De dichter besteedt niet alleen aandacht aan menselijke problematiek, in het bijzonder in de vorm van ruimtelijke segregratie van etnische minderheden, maar hij heeft ook oog voor de wijze waarop de mens omgaat met de natuur. De “voormalige zeebodem” (3) staat zeer waarschijnlijk voor de provincie Flevoland: niet alleen resideert Stitou zelf in Lelystad, ook komt de kunstenaar Johan IJzerman daarvandaan. De wijze waarop de mens daar met de natuur omgaat, spreekt boekdelen: zee wordt drooggelegd, bos wordt gecultiveerd, gras wordt voor kunstwerken gebruikt, en zelfs “een afgewaaid takje” (17) zetten we in een vaas bij de bloemen. En kennelijk is dat nog niet genoeg: ook plaatst de mens asielkampen aan de horizon, dus zo ver mogelijk weg, om zo “het goede van het zwarte” (15) te scheiden. Op die manier houden we onder controle wat ons bedreigt, zoals we ook de natuur onder de duim houden door haar zo te vormen als het ons uitkomt.
Met die laatste opmerkingen is onmiddellijk Buells derde criterium geďllustreerd: in zijn ethische oriëntering laat het gedicht zien dat de mens, die zelfs wil categoriseren wat niet te categoriseren valt (10-11), verantwoordelijk is voor de wijze waarop onze omgeving eruit ziet. Stitou verzet zich tegen deze menselijke dominantie: hij vestigt zijn hoop op een “machtige eik” (16), die transcendentie moet schenken. Die eik contrasteert fel met het afgewaaide takje, dat via een vaas chrysanten in de huiselijke sfeer wordt getrokken. Daar hoort de eik, als sprookjesachtig element, bepaald niet thuis: het is dit mythisch-natuurlijke beeld dat verlossing moet brengen; dat ons moet helpen de huidige situatie te overstijgen. Het is interessant dat het juist een boom is waarop de dichter zijn hoop vestigt: op die manier onttrekt hij de natuur aan de menselijke onderwerping die blijkt uit drooglegging en cultuurbebossing. Zo spreekt uit ‘De schil waarop wij leven’ een zogenaamde
earth centered approach.
De natuur komt bij Stitou zeker niet naar voren als een statische constante. Daarmee lost het gedicht ook Buells vierde en laatste criterium in. De “voormalige zeebodem” (3) impliceert een verandering van zee naar land, die weliswaar door mensen is bewerkstelligd. De term “pionieren” (9) wijst ook op de veranderlijkheid van de natuur: in de biologie duidt de term op die organismen die levenloos land koloniseren en op die manier een proces starten waarbij uiteindelijk een complex ecosysteem gevormd wordt.
Het is echter niet dat complexe ecosysteem waarvan Stitou in ‘De schil waarop wij leven’ een schets geeft. Veeleer geeft het gedicht een beeld van een aarde die door de mens wordt ingericht, zoals het hém uitkomt. Daarbij moet niet alleen de natuur het ontgelden, maar worden ook verschillende minderheden in de samenleving de dupe. Ik hoop dan ook van harte dat Stitous machtige eik spoedig zal worden drooggelegd.
Steun Meander en Meander Klassiekers en word ook
donateur.
Eerder verschenen:
1M. Vasalis - Aan een boom in het Vondelpark
2J.P. Rawie - Interieur
3Jan Kal - Mont Ventoux
4Jan Emmens - Voor de kade
5M. Vasalis - Streng en aanbiddend
6Simon Vinkenoog - Ver als de horizon ben je
7Gerrit Achterberg - Dryade
8Gerard Reve - Wiegelied
9Paul van Ostaijen - Melopee
10Hanny Michaelis - Het kind
11J.C. Bloem - De nachtegalen
12Gerrit Achterberg - Verzoendag
13Hans Warren - Bekentenis
14E. du Perron - Het kind dat wij waren
15P.C. Boutens - De maan is al boven de seringen
16H. Roland Holst - "Ook ik ben omstreeks 't midden mijner dagen
17H. Roland Holst - De zachte krachten
18W. Elsschot - Bij het doodsbed van een kind
19J.H. Leopold - Staren door het raam
20Han G. Hoekstra - De ceder
21Paul Rodenko - Het beeld
22Anna Blaman - De Spin
23Martinus Nijhoff - Moeder
24Martinus Nijhoff - Impasse
25Rutger Kopland - Die Kunst der Fuge
26Rutger Kopland - Al die mooie beloften
27Ad Zuiderent - Tuinpad
28Jan Hanlo - Oote
29Ida Gerhardt - Alpha en Omega
30Ed Leeflang - De vader van de baby Constantijn, wat hem
31Jacques Hamelink - Grijsaard
32Ed Leeflang - Hoor Prediker. Over de dommen en gevatten
33Ed. Hoornik - Te Middelharnis is een kind verdronken
34Ed. Hoornik - Overgang
35Willem van Toorn - Een kraai bij Siena
36Jan Kuijper - Statica
37Lucebert - vrede
38Lucebert - gedicht
39Hans Andreus - Voor de lieve lezer
40Anthonie Donker - Achterbalcon
41Gerrit Kouwenaar - men moet
42Anneke Brassinga - Roeping
43Jan Arends - drie gedichten
44Jan Eijkelboom - 21 november 1981
45Ria Borkent - Sieraad
46Simon Vestdijk - Het kind
47Jac. van Hattum - Visvangst
48Simon Vestdijk - De overlevende
49Rutger Kopland - Soms bij het zien, bij het zien van een rij
50Leo Vroman - Een boot
51W.F. Hermans - Bewaakte overweg
52H. Marsman - 'Paradise regained'
53Anna Enquist - Typologie van de drenkeling
54Willem Jan Otten - Op zaal
55Hester Knibbe - Vannacht
56J. Slauerhoff - De ontdekker
57J.A. dčr Mouw - 'K BEN Brahman, maar we zitten zonder meid.
58J.A. dčr Mouw - LANG rolt, een bol van klank, de klank van 't schot,
59J.H. Leopold - Regen
60Jan G. Elburg - gelovig soms
61J.C. Bloem - Insomnia
62J.H. Leopold - Saadi
63Anton Korteweg - Wij samen
64Frederik van Eeden - De Waterlelie
65Leo Vroman - Nacht
66Hans Andreus - Laatste gedicht
67Geerten Gossaert - Het brandende wrak
68Gerrit Komrij - Een gedicht
69Gerrit Achterberg - Fotografie
70Patty Scholten - De olifant
71Leo Vroman - Voor wie dit leest
72Neeltje Maria Min - Mijn moeder is mijn naam vergeten
73Eva Gerlach - Lievelingsdieren
74Gerrit Krol - Roodborstje
75Ida Gerhardt - Christus als hovenier
76Co Woudsma - Thuis
77Herman Gorter - Zie je ik hou van je
78Judith Herzberg - Een kinderspiegel
79Harmen Wind - Remedie
80Marijke Hanegraaf - Stokgooier en lezer
81M. Vasalis - De idioot in het bad
82Anneke Reitsma - Schaapscheerderskou
83A. Roland Holst - De ploeger
84Hein Walter - Hestia
85Paul van Ostaijen - Het dorp
86Herman de Coninck - Voor mekaar
87Hans Andreus - Liggen in de zon
88Paul Marijnis - Bij een boeket
89Lloyd Haft - Naar Psalm 1
90Chrétien Breukers - Een bericht
91Gerrit Kouwenaar - zo helder is het werkelijk zelden
92Leo Herberghs - Psalm 23
93Harry Mulisch - Dat komt gewoon doordat zijn vader eens
94Esther Jansma - Raam in de lucht
95Leo Vroman - Jeldican en het woord
96Marc Tritsmans - Vermeer
97Gust Gils - een minnend paar
98Hans Faverey - Ik sla een hoek om.
99J. Slauerhoff - Dit eiland
100Hans Kloos - Panta rhei
101Anna Enquist - Ineens
102Constantijn Huygens - Op het overlijden van Tesselschades oudste dochter...
103Guillaume van der Graft - Brood op de wereld
104H.A. Gomperts - Côte d'Azur
105C.O. Jellema - Aurora borealis
106Rutger Kopland - Enkele andere overwegingen
107Miriam Van hee - reeën
108J. Slauerhoff - Brieven op zee
109Bernd G. Bevers - Het wonder
110Marjoleine de Vos - Het leven in juni
111Guillaume van der Graft - Vogels en vissen
112Gabriël Smit - Omdat wij zijn
113Gerrit Achterberg - Code
114Tonnus Oosterhoff - De moy je m’épouvante
115Patrick Lateur - Mirjam
116Ankie Peypers - Een jonger vrouw
117M. Vasalis - Cannes
118J. Slauerhoff - De Zonnesteek
119Hans Andreus - Mol
120Kester Freriks - Sprookje
121Hester Knibbe - Psalm 4631
122Simon Vestdijk - Zelfkant
123Martinus Nijhoff - De moeder de vrouw
124Michaël Zeeman - Halverwege, de liefde
125Geert van Istendael - Spade
126Martinus Nijhoff - Verwachtingen en haren eenmaal grijs
Verdere verspreiding van afleveringen van de Klassiekers is alleen toegestaan met voorafgaande en uitdrukkelijke toestemming van de auteur(s).
Abonnement nemen of opzeggen? Ga naar aanmelden klassiekers of naar afmelden klassiekers.
Adres wijzigen? Eerst afmelden, daarna weer opnieuw aanmelden.